Bron: New Scientist | Methode: Herschreven
Origineel: “A ghostly glow was seen emanating from living things in 2025”
The detection of mercurial particles of light emanating from mice led to a flurry of interest in biophotons, a mysterious phenomenon that could have applications in agriculture
Een bijzondere wetenschappelijke ontdekking uit 2025 doet denken aan paranormale verhalen over menselijke aura’s: onderzoekers hebben een mysterieuze, spookachtige gloed waargenomen die uit levende wezens straalt en onmiddellijk verdwijnt na de dood.
**Doorbraak in controversieel onderzoeksveld**
De wetenschappers observeerden dit opmerkelijke fenomeen bij muizen, waarbij ze een zwakke maar meetbare lichtuitstraling konden vaststellen die volledig ophield zodra de dieren stierven. Deze ontdekking heeft geleid tot een golf van hernieuwde belangstelling voor het onderliggende wetenschappelijke gebied van biophotonen.
Biophotonen zijn ultrazwakke lichtdeeltjes die worden geproduceerd door structuren in levende cellen. Een cruciale rol hierbij spelen de mitochondriën – de zogenaamde ‘energiecentrales’ van de cel die verantwoordelijk zijn voor het opwekken van energie voor alle cellulaire processen.
**Lange zoektocht naar ongrijpbare signalen**
Het bestaan van biophotonen houdt wetenschappers al lange tijd bezig. Onderzoekers hebben jarenlang gezocht naar deze vluchtige, zwakke lichtsignalen, maar het onderzoeksveld is altijd omstreden gebleven. Deze controverse heeft verschillende oorzaken, maar de hoofdreden ligt in de extreme moeilijkheid om biophotonen te isoleren en te onderscheiden van andere lichtbronnen.
Een van de grootste uitdagingen waarmee onderzoekers worden geconfronteerd, is het scheiden van echte biophotonen van andere vormen van straling die door levende organismen worden uitgezonden. Infraroodstraling vormt bijvoorbeeld een belangrijke stoorfactor die het detecteren van de veel zwakkere biophotonen bemoeilijkt.
**Wetenschappelijke uitdagingen en scepticisme**
De methodologische problemen hebben ertoe geleid dat er binnen de wetenschappelijke gemeenschap vaak twijfel bestaat over de werkelijke existentie van biophotonen. Het bewijs leveren dat deze lichtdeeltjes daadwerkelijk bestaan en niet het gevolg zijn van meetfouten of andere lichtbronnen, vormt een aanzienlijke wetenschappelijke uitdaging.
Deze sceptische houding is begrijpelijk wanneer men bedenkt hoe gevoelig de meetinstrumenten moeten zijn om zulke zwakke lichtsignalen te detecteren. Elke externe lichtbron, van kosmische straling tot warmte-uitstraling van apparatuur, kan de metingen beïnvloeden en tot verkeerde conclusies leiden.
**Nieuwe interesse door recente observaties**
De waarneming van het verdwijnende licht bij muizen in 2025 heeft echter nieuw leven geblazen in dit onderzoeksveld. Het feit dat de gloed onmiddellijk stopt bij de dood suggereert een direct verband met levende biologische processen, wat het onderscheid tussen echte biophotonen en andere lichtbronnen zou kunnen vergemakkelijken.
Deze observatie biedt onderzoekers mogelijk een nieuwe methodologische aanpak: door het verschil te bestuderen tussen levende en pas overleden organismen, kunnen ze beter isoleren welke lichtsignalen specifiek afkomstig zijn van levende cellulaire activiteit.
**Verbinding tussen leven en licht**
Het concept dat levende wezens licht uitstralen, fascineert niet alleen wetenschappers maar raakt ook aan diepere vragen over de aard van het leven zelf. Hoewel de waargenomen verschijnselen niets te maken hebben met bovennatuurlijke aura’s, tonen ze wel aan dat er nog veel te ontdekken valt over de subtiele fysische processen die zich in levende organismen afspelen.
De rol van mitochondriën in dit proces is bijzonder interessant, aangezien deze cellulaire structuren centraal staan in de energiehuishouding van alle complexe levensvormen. Het feit dat juist deze ‘energiefabrieken’ betrokken zouden zijn bij lichtproductie, opent mogelijkheden voor een beter begrip van fundamentele levensmechanismen.
**Vooruitzichten voor verder onderzoek**
De ontdekking van 2025 markeert mogelijk een keerpunt in het biophoton-onderzoek. Door de directe koppeling tussen het verdwijnen van de lichtuitstraling en het overlijden hebben onderzoekers nu een duidelijker criterium om echte biologische lichtsignalen te identificeren.
Dit zou kunnen leiden tot verbeterde detectiemethoden en uiteindelijk tot een beter wetenschappelijk begrip van deze fascinerende maar ongrijpbare verschijnselen. Of biophotonen daadwerkelijk een rol spelen in biologische processen of slechts bijproducten zijn van cellulaire activiteit, blijft een vraag voor toekomstig onderzoek.