Voor veel vrouwelijke onderzoekers vormt de combinatie van een academische loopbaan en het stichten van een gezin een immense uitdaging. De precariteit van onderzoekscontracten en de hoge werkdruk botsen vaak met de biologische klok, waardoor vrouwen moeilijke keuzes moeten maken.
Vruchtbaarheidsstrijd in de academische wereld
Alison Behie, biologisch antropoloog aan de Australian National University, ervoer dit aan den lijve. Toen zij rond haar 40ste een tweede kind wilde, volgden twee jaar van IVF-behandelingen, miskramen en teleurstellingen. “Het overweldigende gevoel was schuld omdat ik mijn carrière prioriteit had gegeven boven mijn gezin. Zo zou niemand zich ooit moeten voelen,” vertelt Behie.
Haar verhaal illustreert een wijdverbreid probleem in de academische wereld. Veel onderzoeksters bevinden zich in hun vruchtbare jaren in een onzekere fase van hun carrière, met tijdelijke contracten en intense werkdruk die weinig ruimte laten voor gezinsplanning.
Taboe doorbreken brengt steun
Behie benadrukt hoe belangrijk het is om openlijk over vruchtbaarheidsproblemen te praten. “Acht tot tien jaar geleden was dit iets waar je niet over sprak. Je kon niet naar je werk komen terwijl je verdrietig was of afgeleid door een miskraam,” legt zij uit.
Karen Jones van de Universiteit van Reading, die onderzoek doet naar gendergelijkheid in het hoger onderwijs, bevestigt dat de onzekerheid van onderzoekscontracten vaak samenvalt met de leeftijd waarop mensen beslissingen nemen over het stichten van een gezin. “Het is niet ongewoon dat mensen jarenlang van het ene tijdelijke contract naar het andere gaan.”
Belgische context: gelijkaardige uitdagingen
Ook aan Belgische universiteiten worstelen vrouwelijke onderzoekers met vergelijkbare problemen. Het doctoraatstraject en de daaropvolgende postdoc-periode vallen vaak samen met de periode waarin vrouwen een kinderwens hebben. De competitieve academische cultuur en de noodzaak om constant beschikbaar te zijn voor conferenties en onderzoeksmissies maken het extra moeilijk om werk en gezinsleven te combineren.
Wendy Dossett, emeritus professor religiestudies aan de Universiteit van Chester, beschrijft de druk die vrouwen ervaren: “Ik leed onder de aanname dat ik wel een kinderloze carrièrevrouw zou zijn, terwijl ik in werkelijkheid een gebroken hart had door mijn kinderloosheid.”
Noodzaak tot structurele verandering
Experts pleiten voor meer structurele steun vanuit universitaire instellingen. Dit omvat flexibelere contractvormen, betere zwangerschaps- en ouderschapsverloven, en vooral een cultuurverandering waarbij openheid over vruchtbaarheidsproblemen en gezinsplanning geaccepteerd wordt.
Het doorbreken van het taboe rond vruchtbaarheid in de academische wereld is een eerste stap. Alleen door erover te praten kunnen universiteiten en beleidsmakers adequate ondersteuning bieden aan onderzoeksters die zowel wetenschappelijke excellentie als moederschap nastreven.