De nieuwe Brusselse regering plant om honderden miljoenen euro’s aan uitgaven buiten de begrotingsboeken te houden in haar streven naar een evenwichtige begroting tegen 2029. Deze controversiële aanpak roept vragen op bij werkgeversorganisaties en experts.
Een miljard euro voor strategische participaties
Uit het regeerakkoord blijkt dat Brussels één miljard euro wil reserveren voor ‘strategische participaties in investeringen en deelnemingen’. Concreet gaat het om 400 miljoen euro voor de Brusselse huisvestingsmaatschappij (BGHM) en 180 miljoen euro voor watermaatschappij Vivaqua. Deze bedragen zullen echter niet meetellen voor het begrotingsevenwicht dat tegen 2029 moet worden bereikt.
Volgens Willem Sas, professor publieke economie aan UHasselt en KU Leuven, is deze werkwijze technisch toegestaan: ‘Het gaat om eenmalige kredieten of participaties, niet om structurele uitgaven. Daarom mag je dat uit je jaarlijkse begrotingsdoelstelling houden. Het geld wordt wel uitgegeven en telt dus wel mee voor de totale Brusselse schuld.’
Kritiek van werkgeversorganisatie VOKA
René Konings, directeur van VOKA Brussels, toont zich kritisch over deze aanpak: ‘Ik vind dit geen orthodoxe manier van werken. Dit is op lange termijn toch ook weer een probleem voor iedereen die belastingen betaalt in Brussel.’ VOKA roept het Brussels Gewest op tot meer terughoudendheid bij het gebruik van ‘boekhoudkundige trucs’.
Verdediging door partij Anders
Frédéric De Gucht, voorzitter van partij Anders, verdedigt de strategie. Hij stelt dat de investeringen in BGHM en Vivaqua een duidelijk doel hebben: ‘Cruciale instellingen komen onder gewestelijke aansturing en worden weggehaald uit versnipperde lokale invloedssferen. Dat leidt tot meer coherentie, minder inefficiëntie en betere uitgavencontrole.’
De Gucht wijst erop dat andere gewesten, zoals Vlaanderen bij het Oosterweelproject, vergelijkbare technieken gebruiken. Hij benadrukt dat de participaties beperkt blijven tot één miljard euro.
Belastingverlagingen versus begrotingsdoelstellingen
Ondertussen kondigde de nieuwe regering ook belastingverlagingen aan: verminderingen van de onroerende voorheffing, registratierechten en aanvullende personenbelasting. Deze ‘taxshift’ kost jaarlijks 100 miljoen euro tegen 2029. Daarnaast blijven grote investeringen zoals Metro 3 doorlopen, met kosten van meer dan 100 miljoen euro per jaar.
Onduidelijke plannen voor 1,2 miljard besparing
Het contrast is groot met de begrotingsambities: tegen 2029 wil Brussels een structurele begrotingsinspanning van 1,2 miljard euro realiseren. Professor Sas stelt echter vragen bij de haalbaarheid: ‘Er zitten heel wat aannames achter de tabellen waar ik vragen bij heb.’
De regering rekent op 125 miljoen euro besparing door een aanwervingsstop, 37 miljoen door minder absenteïsme, en nog eens 80 miljoen aan ‘optimalisatie van human resources’. Sas vraagt zich af of deze cijfers onderbouwd zijn: ‘Zit er een plan achter die bedragen?’
Tijdsdruk voor nieuwe begroting
De tijd dringt: minister van Begroting Dirk De Smedt (Anders) wil tegen 6 maart, binnen twee weken, de begrotingsplannen voor 2026 naar het parlement brengen. Na 600 dagen regering in lopende zaken moet Brussels snel handelen, aangezien de voorlopige budgetten eind maart aflopen.