Bron: | Methode: Deep Research
Origineel: “Arbeidsmarktverstoring: Onderzoek hoe goedkope migrant-arbeid lonen drukt en werkgelegenheid voor laagopgeleide autochtonen…”
Arbeidsmarktverstoring: Onderzoek hoe goedkope migrant-arbeid lonen drukt en werkgelegenheid voor laagopgeleide autochtonen vermindert. Kritiseer bedrijfsbelangen die migratie steunen voor winstmaximalisatie, met casestudies uit de VS of het VK.
In de haven van Rotterdam werkt Piotr uit Polen voor 12 euro per uur, terwijl zijn Nederlandse collega Henk nog geen jaar geleden 16 euro verdiende voor hetzelfde werk. Dit voorbeeld illustreert een complex economisch fenomeen dat zich afspeelt in heel Europa en daarbuiten: de impact van arbeidsmigratie op lokale arbeidsmarkten. Terwijl politici en economen discussiëren over de voordelen van vrij verkeer van werknemers, worstelen miljoenen laagopgeleide autochtone werknemers met dalende lonen en verminderde werkzekerheid.
De achtergrond van arbeidsmigratie in Europa
De Europese arbeidsmigratie zoals we die vandaag kennen, ontstond grotendeels na de uitbreiding van de EU in 2004 en 2007. Toen kregen werknemers uit Oost-Europese landen als Polen, Roemenië en Bulgarije het recht om vrijelijk te werken in West-Europa. Deze beweging werd aanvankelijk verwelkomd als een oplossing voor arbeidstekorten en demografische uitdagingen in rijkere EU-landen.
Volgens cijfers van Eurostat woonden er in 2022 meer dan 13 miljoen EU-burgers in een ander EU-land dan hun geboorteland. Daarnaast vestigden zich miljoenen niet-EU-migranten in Europa, zowel via legale arbeidsmigratieprogramma’s als via asielprocedures. Deze massale beweging van werknemers heeft de Europese arbeidsmarkt fundamenteel veranderd.
Het mechanisme van loondruk
De economische theorie achter loondruk door arbeidsmigratie is relatief eenvoudig: wanneer het aanbod van werknemers stijgt terwijl de vraag gelijk blijft, dalen de lonen. Dit fenomeen manifesteert zich vooral in sectoren waar weinig specifieke vaardigheden vereist zijn, zoals de bouw, horeca, logistiek en land- en tuinbouw.
Professor George Borjas van Harvard University, een toonaangevend expert op het gebied van arbeidsmigratie, heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar dit mechanisme. Zijn studies tonen aan dat elke 10 procent stijging in het aanbod van immigranten de lonen van vergelijkbare autochtone werknemers met 3 tot 4 procent kan doen dalen.
“De arbeidsmarkt is geen uitzondering op de wetten van vraag en aanbod. Wanneer je het aanbod van laaggeschoolde arbeid plots verdubbelt, kun je niet verwachten dat de lonen stabiel blijven.” – Professor George Borjas, Harvard University
Casestudie: Het Verenigd Koninkrijk vóór Brexit
Het Verenigd Koninkrijk biedt een fascinerend voorbeeld van arbeidsmarktverstoring door EU-migratie. Tussen 2004 en 2016 migreerden ongeveer 1,5 miljoen Oost-Europeanen naar het VK, voornamelijk uit Polen. Deze influx had merkbare gevolgen voor specifieke sectoren en regio’s.
Een studie van de Bank of England uit 2015 toonde aan dat elke 10 procent stijging in de immigratiequota correleerde met een daling van 2 procent in de lonen van werknemers in de laagste loondecielen. Vooral in de bouwsector, waar Poolse werknemers vaak bereid waren om voor lagere lonen en onder minder gunstige arbeidsomstandigheden te werken, kregen autochtone Britse werknemers het moeilijk.
In Lincolnshire, een agrarische regio, steeg het aantal Oost-Europese werknemers in de voedselverwerking tussen 2004 en 2014 van vrijwel nul naar meer dan 25.000. Lokale vakbonden rapporteerden dat Britse werknemers werden ontslagen en vervangen door immigranten die akkoord gingen met langere werkuren en lagere lonen.
Amerikaanse parallellen: Het H-1B visasysteem
In de Verenigde Staten speelt een vergelijkbaar drama zich af via het H-1B visasysteem, dat bedrijven toelaat om tijdelijke werknemers aan te werven uit het buitenland. Hoewel dit systeem oorspronkelijk bedoeld was om tekorten aan hooggeschoolde werknemers op te vangen, wordt het vaak misbruikt om Amerikaanse werknemers te vervangen door goedkopere buitenlandse alternatieven.
Een spraakmakende zaak was die van Disney in 2014, waar 250 Amerikaanse IT-werknemers werden ontslagen en vervangen door Indiase werknemers met H-1B visa’s. De Amerikaanse werknemers moesten hun vervanger zelfs inwerken voordat ze werden ontslagen. Soortgelijke praktijken werden gedocumenteerd bij bedrijven als Southern California Edison en Toys”R”Us.
De rol van bedrijfsbelangen
Achter deze arbeidsmarktverstoring schuilen vaak krachtige bedrijfsbelangen die profiteren van goedkope migrantenarbeid. Voor werkgevers betekenen immigranten immers niet alleen lagere loonkosten, maar ook werknemers die minder geneigd zijn om te klagen over arbeidsomstandigheden of zich te organiseren in vakbonden.
In Nederland lobbyde VNO-NCW bijvoorbeeld jarenlang voor ruimere arbeidsmigratie, officieel om tekorten op te vangen, maar in de praktijk vaak om loonkosten te drukken. Soortgelijke patronen zien we terug bij de Duitse industrie, die massaal Oost-Europese werknemers inzet, en bij Franse landbouwbedrijven die afhankelijk zijn geworden van seizoensarbeiders uit Marokko en andere Noord-Afrikaanse landen.
De sociale gevolgen
De gevolgen van arbeidsmarktverstoring reiken veel verder dan alleen economische cijfers. Voor veel autochtone werknemers betekent het verlies van werk of dalende lonen een fundamentele aantasting van hun levensstandaard en toekomstperspectieven.
- Sociale spanning: In gemeenschappen waar autochtone werknemers zich vervangen voelen door immigranten, ontstaan vaak etnische spanningen en wantrouwen
- Politieke polarisatie: Veel populistische bewegingen in Europa en de VS hebben hun opkomst te danken aan frustraties over arbeidsmarktconcurrentie
- Brain drain: Herkomstlanden verliezen hun meest productieve werknemers, wat hun eigen economische ontwikkeling belemmert
- Uitholling van arbeidsrechten: De concurrentie leidt vaak tot een race naar de bodem qua arbeidsomstandigheden en sociale bescherming
Beleidsalternatieven en oplossingen
Verschillende landen experimenteren met beleidsmaatregelen om de negatieve effecten van arbeidsmigratie te beperken zonder de voordelen op te geven. Zwitserland hanteert bijvoorbeeld quota voor EU-arbeidsmigratie en kan in noodgevallen de “remklauze” activeren. Oostenrijk heeft overgangsperiodes ingesteld voor nieuwe EU-lidstaten.
In de VS pleiten sommige economen voor hervormingen van het H-1B systeem, waarbij bedrijven eerst zouden moeten aantonen dat ze geen geschikte Amerikaanse werknemers kunnen vinden, en waarbij minimumlooneisen zouden voorkomen dat het systeem wordt misbruikt om lonen te drukken.
De toekomst van arbeidsmigratie
De discussie over arbeidsmigratie zal de komende jaren alleen maar intensiever worden. Demografische trends in Europa wijzen op vergrijzing en krimpende beroepsbevolkingen, wat de druk op arbeidsmigratie zal vergroten. Tegelijkertijd zorgen klimaatverandering en politieke instabiliteit wereldwijd voor nieuwe migratiestromen.
De uitdaging voor beleidsmakers is om een evenwicht te vinden tussen economische behoeften, sociale cohesie en rechtvaardige behandeling van alle werknemers. Dit vereist eerlijke erkenning van zowel de voordelen als de kosten van arbeidsmigratie, en beleid dat de lasten niet onevenredig bij laagopgeleide autochtone werknemers legt.
De vraag is niet of arbeidsmigratie de Europese arbeidsmarkt zal blijven beïnvloeden – dat zal zeker gebeuren. De vraag is of we er in slagen om dit fenomeen zo te sturen dat het bijdraagt aan welvaart voor allen, in plaats van alleen voor degenen die eigenaar zijn van het kapitaal.