Wereld

Protest en plunderingen in Frankrijk: experts debatteren over oorzaken en risico’s voor België

Frankrijk werd opgeschrikt door een golf van protest, plunderingen en geweld die experts omschrijven als ongezien in zijn intensiteit. In een uitgebreid televisiepanel bogen vier specialisten zich over de vraag: wat is er precies aan de hand, wie zit er achter, en welke lessen moeten we trekken? De discussie werd geleid door een moderator en bracht vier stemmen samen: Mia Doornhard, vijf jaar lang correspondent voor De Standaard in Frankrijk; professor Frederik Dond, Frankrijkkenner; Christophe Bush, expert in collectief geweld, radicalisering en polarisering, en directeur van het Hannah Arendt Instituut; en Joseph Elbacha, criminoloog, voormalig politieagent én jeugdwerker.

“Dit is erger” — correspondent Mia Doornhard vergelijkt met de jaren negentig

Mia Doornhard, die de banlieus zag branden in de jaren negentig, aarzelde niet in haar oordeel: “Dit is veel erger. Mijn hart bloedt als ik die beelden zie. Als ik die blinde vernielzucht zie tegen dat prachtig erfgoed van Frankrijk.” Zij herinnerde eraan dat de Franse Revolutie historisch gezien de ergste vernietiger van cultureel erfgoed was, en waarschuwde dat dit niet opnieuw mocht beginnen — en zeker niet omwille van wat zij omschreef als “totaal nihilistisch geweld”.

Doornhard vestigde ook de aandacht op de aanwezigheid van de Palestijnse vlag tijdens de betogingen — iets wat haar opviel tussen de beelden. “Je zag daar een Franse vlag, maar die werd nauwelijks meegedragen. De Palestijnse vlag was veel meer aanwezig.” Zij interpreteerde dit als het cement van wat zij een “monsterverbond tussen extreem links en harde islamkernen” noemde, gedreven door een gedeelde anti-westerse houding. Die stelling lokte meteen discussie uit bij de andere panelleden.

Professor Dond: “De politie was totaal verrast”

Professor Frederik Dond nuanceerde de schaal van de betogingen: het was niet de grootste betoging ooit in Frankrijk, maar de aard van het geweld verraste wel degelijk de veiligheidsdiensten. “De politie is totaal verrast door de aard van het geweld. Ze zeggen zelf dat ze onvoldoende juiste informatie hadden.” De cijfers spraken voor zich: 550.000 mensen op straat, 997 gewonde agenten en meer dan 1.500 vernielde handelszaken.

Dond wees op de structurele problemen in de Franse samenleving: een staatsschuld van 3.600 miljard euro, een jaarlijkse netto rentelast van 59 miljard euro, en een systeem dat universele dienstverlening aanbiedt — universiteiten voor slechts 176 euro per jaar — maar de infrastructuur daarvoor niet kan onderhouden. “Er is een probleem met de gebouwen, er is een probleem met de salarissen van het onderwijs en het personeel, er is geen plaats. Wat ga je doen?” De echte politieke beslissing over hoe dit op te lossen, zo stelde hij, had normaal via verkiezingen moeten verlopen — niet via een emotionele golf op straat.

Drie groepen geweld — analyse van Christophe Bush

Christophe Bush, directeur van het Hannah Arendt Instituut, bood de meest analytische blik op de samenstelling van de protestmassa. Hij onderscheidde duidelijk drie groepen. Ten eerste een kleine maar georganiseerde extremistische kern — de zogenaamde casseurs — die geweld inzet als politiek instrument en actief andere jongeren recruteert en inspireert. Ten tweede een bredere groep jongeren die door het psychologische mechanisme van de massa meegezogen worden. “Als je in een betoging bent en die massa zet zich in beweging en dat wordt agressief, heb je veel kans dat je meegaat — dat is geen brandstichting, maar een psychologisch mechanisme.” En ten derde de verreweg grootste groep: mensen die volledig legitiem en vreedzaam betoogden, en die simpelweg niet op de beelden verschijnen omdat geweld nu eenmaal de aandacht trekt.

Bush benadrukte dat radicalisering zelden ideologisch van oorsprong is. “Mensen die radicaliseren — of dat nu links, rechts of religieus is — zijn meestal mensen die zich ontevreden voelen, die verlieservaring hebben. Ze zoeken zingeving ergens anders en vinden dat in geweld en plunderingen.” De oplossing ligt dan ook niet in korte-termijnrepressie, maar in jarenlang, zelfs decennialang werk rond zingeving en perspectief. Hij hekelde ook de manier waarop politici — en president Macron zelf — bijdragen aan polarisatie door onmiddellijk naar extreem links te wijzen, zonder dat dit bewezen is: “Hij verdeelt zelf, terwijl hij oproept tot eenheid.”

Joseph Elbacha: “We zijn een generatie kwijt”

Joseph Elbacha, die als criminoloog én voormalig politieagent én jeugdwerker een unieke dubbelrol bekleedt, bracht het menselijkste perspectief aan tafel. “Het grote deel van de jongeren die crimineel gedrag plegen, is een generatie waarvan ik voel dat we die echt kwijt zijn.” Die generatie — vaak 16, 17, 18 jaar oud, soms zelfs jonger — heeft al lange tijd geen verbinding meer met de instellingen die hen zouden moeten dragen: onderwijs, politie, jeugdwelzijnswerk.

Elbacha sprak vanuit eigen ervaring: hij stond zelf met schild op de eerste rij tijdens betogingen, en weet hoe zwaar die taak is voor politieagenten. “Je staat daar en wordt gewoon bekogeld met kasseistenen, met allerhande zaken. Ik heb samuraizwaarden zien verschijnen. Zeer intens om daar te staan. En er is niets dat dit kan legitimeren.” Tegelijk pleitte hij met klem voor meer verbinding: “Ik hoor zo weinig verbinding. Hoe vaak spreekt u effectief met jongeren? Hoe vaak vraagt u aan jongeren hoe het met hen gaat?” Hij wees ook op onderzoek in Brussel, waarbij 90 procent van bevraagde jongeren aangaf zich onzeker te voelen en hulp te zoeken — maar die niet te krijgen.

Macron, Mélenchon en de rol van TikTok

De discussie over politieke verantwoordelijkheid werd levendig toen de speech van president Macron ter sprake kwam, waarin hij met de vinger wees naar “groeperingen van ultralinks”. Doornhard en Dond legden een verband met Jean-Luc Mélenchon van La France Insoumise, die zij omschreven als iemand die bewust met vuur speelt door jongeren op te ruien met revolutionaire retoriek. “Hij wil geen democratie, hij wil revolutie,” aldus Doornhard. De oproep om op die specifieke zaterdag te betogen, zo bleek, was oorspronkelijk afkomstig van een mysterieuze entiteit op TikTok, en verspreidde zich als een lopend vuurtje.

Elbacha en Bush temperden de verantwoordelijkheid van de politieke ideologie. De jongeren op straat denken niet in hokjes als “extreem links” of “extreem rechts” — zij reageren op frustratie, uitsluiting en een gevoel van machteloosheid. Sociale media spelen hierin een cruciale rol: platforms waar de rest van de samenleving nauwelijks aanwezig is, maar waar emoties razendsnel worden opgestookt. Bush pleitte dan ook voor meer regulering van die platformen: “Rijden op een snelweg zonder verkeersregels” noemde hij het.

De banlieues als geografische en psychologische grens

Een terugkerend thema in het debat was de fysieke en mentale isolatie van de Parijse banlieues, gelegen buiten de périphérique. Doornhard wees op het structurele verschil met Brussel, waar trams en bussen door Molenbeek rijden en ook door de betere wijken, wat voor meer sociale vermenging zorgt. In de Franse banlieues ontbreekt die doorstroming, waardoor ze in de loop der decennia zijn uitgegroeid tot wat zij omschreef als “een soort ghetto’s”. De ongelijke belofte van de Franse Republiek — mérite, gelijkheid, kansen voor iedereen — is voor de bewoners van die wijken al lang een holle frase geworden.

Professor Dond koppelde dit aan de Franse staatstraditie: acht eeuwen monarchie hebben een diep gecentraliseerde en hiërarchische samenleving gebakken, die zelfs na de Revolutie en door alle republieken heen niet fundamenteel veranderd is. “Top-down, weinig autonomie, te weinig luisteren naar wat leeft bij werknemers en burgers — en dus te weinig conflicten ontmijnen voor het zover komt.”

Risico voor België en de dreiging van extreem rechts

Op de vraag of de onrust naar België kan overwaaien, was het antwoord genuanceerd. Een rechtstreekse kopie van de Franse situatie achten de experts onwaarschijnlijk — de Belgische cultuur en stedelijke structuur zijn fundamenteel anders. Maar dat er ook hier een generatie jongeren is zonder perspectief, werd niet betwist. Elbacha benadrukte dat de nood aan jeugdondersteuning in Brussel groot is en het aanbod van jobs totaal onaangepast aan de bevolking.

Het politieke gevaar op langere termijn is volgens meerdere panelleden de versterking van extreem rechts. Met de Franse presidentsverkiezingen van april 2027 in het vooruitzicht, profileert het Rassemblement National zich al handig op dit dossier. Beelden van geweld in de steden, waarbij migranten zichtbaar betrokken zijn, spelen rechtstreeks in op het narratief van Marine Le Pen. Tegelijk waarschuwde Doornhard voor de mediabubble rond de kanalen van Vincent Bolloré — CNews en Europe 1 — waar het discours van extreem rechts en Russische propaganda over Oekraïne dagelijks worden herhaald. De mogelijke hand van Rusland en andere geopolitieke spelers in het aanwakkeren van sociale onrust in Europa, werd door Bush en Elbacha als een reële factor beschouwd in de bredere context van hybride oorlogsvoering.

Besluit: verbinding als enige uitweg

Het debat sloot af met een oproep die alle vier de sprekers, ondanks hun meningsverschillen, konden onderschrijven. De korte termijn vereist gerichte, gediversifieerde aanpak: zwaar optreden tegen de extremistische kern, ordehandhaving voor de meegesleepte jongeren, en respect voor het democratisch recht van de vreedzame meerderheid. Maar de lange termijn — en dat is de échte uitdaging — vereist herinvestering in een verloren generatie, herverbinding tussen instellingen en jongeren, en een eerlijk politiek debat over hoe de belofte van de republiceinse gelijkheid waar te maken. “Anders gaan we dit soort debatten elke week kunnen doen,” besloot Elbacha, “en dat is niet de bedoeling.”