Bron: De Morgen | Methode: Herschreven
Origineel: “Beste Annelies Verlinden, hier een idee: laat de gedetineerden rechtop slapen”
U heeft nog maar06dagen23uren39minuten48secondenAl abonnee? Log hier inDigitaalDigitaal✓Onbeperkt artikels✓Digitale krant (pdf)✓Gratis toegang tot Fluister en Puzzelfit✓Maandelijks opzegbaar6,912,50per weekDigitaal basisDigitaal basis✓Onbeperkt artikels✓Maandelijks opzegbaar3,911,95per weekiap-DM-46Meeste voordeel6 maanden6,912,50per weekDe korting geldt 6 maanden. Het abonnement is maandelijks opzegbaar.iap-DM-45Meeste voordeel6 maanden3,911,95per weekDe korting geldt…
In een satirische open brief aan minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V) heeft columnist Joël De Ceulaer een provocatief voorstel geformuleerd om de aanhoudende overbevolking in Belgische gevangenissen aan te pakken. Zijn oplossing: laat gedetineerden rechtop slapen.
De brief, gepubliceerd in De Morgen, begint met een ironische verontschuldiging voor de “onhandige formulering” en de bekentenis dat de auteur zich heeft laten bijstaan door artificiële intelligentie omdat hij “het vocabularium van het politieke midden niet beheerst”. Hij adviseert de minister zelfs om de tekst te laten voorlezen door Siri voor optimaal effect.
**Het grondslapersprobleem**
De columnist erkent aanvankelijk de inspanningen van minister Verlinden om het dossier van de zogenaamde ‘grondslapers’ – gedetineerden die op de grond moeten slapen bij gebrek aan bedden – aan te pakken. Hij stelt vast dat ondanks haar pogingen om de signalen ernstig te nemen en te nuanceren, “uw aanpak zich nog niet heeft vertaald in zichtbare verbeteringen op het terrein.”
Volgens De Ceulaer werkt de minister weliswaar “op verschillende sporen tegelijk”: het optimaliseren van bestaande capaciteit, investeringen in nieuwe infrastructuur en alternatieven voor detentie zoals elektronische monitoring en penitentiair verlof. Deze alternatieven blijven echter “het resultaat van een individuele beoordeling, waarbij meerdere criteria in rekening worden gebracht, inzonderheid de bescherming van de samenleving.”
**Complexe oorzaken**
Het probleem is volgens de columnist niet nieuw, maar het gevolg van “een optelsom van factoren, waaronder stijgende instroom, langere verblijfsduren en hogere maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van het gerechtelijk apparaat.” Hij merkt cynisch op dat hoewel er “volop de roep weerklinkt om kinderen die rel schoppen standrechtelijk te executeren” als oplossing voor overbevolking, dit nog “het gepaste wettelijke kader” mist.
De verhoogde druk op de beschikbare infrastructuur resulteert dagelijks in “situaties waarin gedetineerden geen bed ter beschikking hebben,” waarbij verschillende personen hun detentie moeten ondergaan “in omstandigheden die niet beantwoorden aan moderne verwachtingen inzake menswaardigheid en welzijn.”
**De provocatieve oplossing**
Hier introduceert De Ceulaer zijn centrale voorstel: “indien horizontale slaap niet langer gegarandeerd kan worden, zou u kunnen onderzoeken of verticale rustmodaliteiten misschien tijdelijk verlichting kunnen bieden.” Met andere woorden: laat gedetineerden rechtop slapen, “eventueel ondersteund door ergonomische wandconstructies.”
De columnist presenteert dit als “elegant in zijn eenvoud” omdat het “probleemloos kan worden verkocht als een herinterpretatie van het begrip capaciteit, zonder bijkomende investeringen of ingrijpende institutionele hervormingen.”
**Historische precedenten**
Ter ondersteuning van zijn voorstel verwijst De Ceulaer naar “eeuwenoude oosterse tradities” waarbij “monniken leren rusten zonder te liggen, bestaan zonder ruimte in te nemen.” Hij stelt dat rechtop slapen “geen tekort, maar een keuze” is, “geen probleem, maar een pad.” Ook “vele pendelaars en festivalgangers beschikken over expertise inzake de verticale slaap.”
**Meervoudige voordelen**
Volgens de columnist zou deze oplossing “meerdere vliegen in één klap” slaan: er zouden geen grondslapers meer zijn, de gevangeniscapaciteit zou “quasi exponentieel” toenemen, en het geheel zou “een uitgelezen kans tot innerlijke reflectie voor de betrokkenen” bieden, wat volgens hem “een kernopdracht van detentie blijft.”
Hij ziet de moderne celstraf al voor zich: “stilte, verticaliteit, bezinning. Een gevangenis die niet langer enkel een plaats is van opsluiting, maar ook van innerlijke bevrijding.”
**Implementatie en afsluiting**
De Ceulaer erkent dat zijn idee “nader moet worden bekeken, geëvalueerd, afgetoetst en mogelijk eerst in een pilootproject gegoten.” Hij benadrukt dat de maatregel geen fundamentele beleidskeuze vereist en kan worden geïmplementeerd “binnen het bestaande kader, na overleg met de gevangenisdirecties, de administratie, de vakorganisaties en alle andere betrokken actoren op het terrein.”
De brief eindigt met nieuwjaarswensen aan de minister en de verzekering dat hij “alle vertrouwen” in haar heeft en “alvast op beide voeten” slaapt. Hij ondertekent als “Joël De Ceulaer, senior ChatGPT.”
**Conclusie**
Deze satirische brief illustreert op scherpe wijze de complexiteit en schijnbare onoplosbare aard van het overbevolkingsprobleem in Belgische gevangenissen. Door zijn absurdistische voorstel weet De Ceulaer de aandacht te vestigen op de schrijnende omstandigheden waarin gedetineerden zich bevinden, terwijl hij tegelijkertijd de vaak wollige beleidscommunicatie van politici op de korrel neemt.