Bron: De Morgen | Methode: Herschreven
Origineel: “Gaat Europa terugslaan tegen Russische hybride aanvallen? ‘Er is een proactieve reactie nodig, dat doe je niet door te praten’”
“De Russen zoeken constant de grens op: ‘Wat is de reactie, hoe ver kunnen we gaan?’ Er is een proactieve reactie nodig, en dat doe je niet door te praten, maar door te doen”, zo klinkt het bij de minister…
Na jaren van relatief passieve reacties op Russische hybride aanvallen, groeit binnen Europa de roep om een meer assertieve houding aan te nemen. De toenemende Russische provocaties, van drone-incidenten tot sabotageacties, dwingen Europese leiders tot heroverweging van hun defensieve strategie.
**Groeiende frustratie over Russische tactiek**
“De Russen zoeken constant de grens op: ‘Wat is de reactie, hoe ver kunnen we gaan?’ Er is een proactieve reactie nodig, en dat doe je niet door te praten, maar door te doen”, aldus Baiba Braže, minister van Buitenlandse Zaken van Letland, in een interview met Politico. Haar woorden weerspiegelen de groeiende frustratie binnen de Europese Unie over de escalerende Russische hybride oorlogsvoering.
De Russische campagne tegen Europa is geen nieuw fenomeen, maar heeft de afgelopen maanden aanzienlijk aan intensiteit gewonnen. Het continent wordt geconfronteerd met een breed scala aan provocaties die de grenzen van de traditionele oorlogsvoering oprekken.
**Concrete voorbeelden van hybride aanvallen**
De lijst van Russische provocaties wordt steeds langer en zorgwekkender. Verschillende Europese landen werden recent geplaagd door mysterieuze drone-activiteiten, waarbij inlichtingendiensten hun pijlen richten op Moskou als mogelijke bron. Russische gevechtsvliegtuigen schonden het Estse luchtruim, terwijl Polen te maken kreeg met crashende drones en verschillende sabotageacties op zijn grondgebied. Ook Roemenië zag ongeïdentificeerde drones door zijn luchtruim vliegen.
Deze incidenten vormen slechts het topje van de ijsberg van wat experts beschouwen als een gecoördineerde Russische campagne om Europa te destabiliseren en de grenzen van acceptabel gedrag op te zoeken.
**Europese reacties tot nu toe**
Tot op heden reageerde Europa eerder lauw op deze provocaties. Het standaardprotocol bestaat meestal uit het instellen van onderzoeken, diplomatieke veroordelingen en het uiten van bezorgdheid via officiële kanalen. Daadwerkelijke vergeldingsacties of proactieve maatregelen bleven echter uit, wat volgens critici wordt geïnterpreteerd als zwakte door het Kremlin.
**Oproep tot actievere houding**
De Letse minister Braže staat niet alleen in haar oproep tot een meer assertieve benadering. Uit verschillende Europese hoofdsteden klinken gelijkaardige geluiden. Florian Hahn, Duits parlementslid voor de CSU, stelde vorige week op WELT TV: “Europa en de alliantie moeten zich afvragen hoe lang we dit soort van hybride-oorlog willen tolereren en of we niet moeten overwegen om zelf actiever te worden op dit gebied.”
Ook vanuit Scandinavië komt de roep om meer daadkracht. Generaal Michael Claesson, stafchef van het Zweedse leger, wil het debat over een meer offensieve houding openen: “We mogen niet toelaten om zelf bang te worden, ook niet voor escalatie. We moeten fors zijn.”
In Polen, dat direct aan de frontlinie van deze hybride oorlogsvoering staat, verkondigden verschillende politici gelijkaardige standpunten na de recente sabotageacties in het land.
**Italiaans voorstel voor Europese reactie**
Opvallend is dat ook landen verder weg van de Russische grens het besef krijgen dat offensieve acties mogelijk noodzakelijk zijn. In Italië kwam minister van Defensie Guido Crosetto met een uitgebreid plan van 125 pagina’s, waarin hij de Europese ‘traagheid’ aan de kaak stelt en concrete voorstellen doet om adequaat te reageren op hybride aanvallen.
“Als we door een landleger worden aangevallen, gaan we onszelf ook niet gewoon thuis verschansen en hopen dat ze weggaan”, argumenteerde Crosetto ter verdediging van zijn meer assertieve benadering.
Zijn voorstel omvat de oprichting van een Europees Centrum voor het counteren van hybride oorlogsvoering. Dit centrum zou beschikken over een cybermacht die niet alleen Russische aanvallen identificeert en benoemt, maar ook zelf offensieve acties kan uitvoeren.
**NAVO-scepsis over offensieve tactiek**
Binnen de NAVO heerst echter nog altijd scepsis over het hanteren van offensieve tactieken tegen Rusland. Een NAVO-bron verklaarde aan Politico: “Asymmetrische reacties zijn een belangrijk onderdeel van het gesprek, maar we gaan niet dezelfde tactieken hanteren als Rusland.”
Deze houding weerspiegelt de complexiteit van het vraagstuk: hoe kan Europa effectief reageren op hybride aanvallen zonder zelf de internationale rechtsnormen te overtreden die het verdedigt?
**Onzekere toekomst**
De komende maanden zullen uitwijzen of de scherpe retoriek uit verschillende Europese lidstaten daadwerkelijk wordt omgezet in concrete acties. De groeiende consensus over de noodzaak van een meer proactieve houding suggereert een mogelijk kantelpunt in de Europese benadering van Russische hybride oorlogsvoering. Of dit zal leiden tot daadwerkelijke beleidsveranderingen en nieuwe defensieve of offensieve capaciteiten, blijft vooralsnog een open vraag die de komende tijd beantwoord zal moeten worden.