Bron: VRT NWS | Methode: Herschreven
Origineel: “Verband tussen rellen en moslimachtergrond? "Ben het beu om me te verontschuldigen voor gedrag van minderheid"”
De rellen op oudejaarsnacht hebben niet alleen veel schade aangericht en mensen gechoqueerd, maar laten ook sporen na in de moslimgemeenschap. Moslimtheoloog, auteur en diversiteitsexpert Khalid Benhaddou vindt dat "we moeten stoppen met onze kop in het zand te steken"…
De rellen tijdens oudejaarsnacht hebben niet alleen materiële schade aangericht en de samenleving geschokt, maar zorgen ook voor een pijnlijke zelfreflectie binnen de moslimgemeenschap. Het kabinet van Antwerpse burgemeester Els van Doesburg (N-VA) bevestigde op basis van politierapporten dat “de overgrote meerderheid van de daders jongeren zijn met Belgische nationaliteit en een migratieachtergrond, vaak ook bekenden bij de politie voor eerdere feiten.”
**Pleidooi voor eerlijkheid**
Deze bevestiging van wat velen al vermoedden, bracht moslimtheoloog en diversiteitsexpert Khalid Benhaddou ertoe een vlammende Facebook-post te schrijven. “Laten we stoppen met onze kop in het zand te steken”, schrijft hij. “Een aanzienlijk deel van deze jongeren heeft een migratie- én moslimachtergrond. Het verzwijgen ervan is lafheid.”
Benhaddou, die ook auteur is, stelt dat als cultuur en religie relevant mogen zijn bij rechten en faciliteiten, ze ook benoemd mogen worden bij plichten en ontsporing. “Ik ben het beu. Beu om elk jaar opnieuw dezelfde beelden te zien. Beu om telkens weer te doen alsof we ‘verrast’ zijn. Beu om analyses te horen die alles verklaren, behalve verantwoordelijkheid.”
**Socio-economische factoren centraal**
Brussels parlementslid Ilyas Mouani (Vooruit.brussels), als voormalig pleinverantwoordelijke en ex-voorzitter van de Jeugdraad bekend met de problematiek, deelt Benhaddou’s mening gedeeltelijk. “Als Brusselaars zijn we het allemaal beu om ons te verontschuldigen voor een minderheid die steeds jonger en gewelddadiger wordt”, zegt hij.
Toch ziet Mouani geen directe link tussen het moslim zijn en de rellen. “Dat is een foute analyse. Het heeft niets te maken met moslim zijn, wel met de socio-economische levensomstandigheden en machogedrag. Een moslim is niet iemand die een ander pijn doet.”
Ook Antwerpse schepen van Jeugd Karim Bachar (Vooruit) spreekt over “rotte appels” die je overal vindt, dus net zo goed bij de moslimgemeenschap.
**Uitgesloten van nachtleven**
Volgens Mouani moeten we de daders vooral zoeken bij jongens uit minder begoede gezinnen in achtergestelde wijken – inderdaad vaak jongeren met een migratieachtergrond. “Voor jonge Belgen is er op oudjaar veel te doen – in een discotheek of bij iemand thuis bijvoorbeeld – maar dat is niet zo voor allochtone jongers, die nog altijd vaak niet worden binnengelaten in discotheken.”
Het gaat voornamelijk om jongens, legt Mouani uit: “Het zijn zij die op straat chillen. Meisjes blijven veel vaker thuis of zijn zelfs welkom in een discotheek.” Collega Loubna Khalkhali nuanceert dit op Instagram: “In onze cultuur worden (vaak) meisjes van jongs af aan strenger opgevoed. Ze moeten vroeger thuis zijn en krijgen sneller grenzen opgelegd. Jongens worden (vaak) opgevoed als prinsjes, krijgen vaker het excuus van ‘boys will be boys’.”
**Vervreemding en perspectiefloos**
Mouani beschrijft hoe deze jongens al vlug denken dat ze geen toekomst hebben. “Zij troepen dan vaak samen in hun wijk. Problematisch daarbij is hun machogedrag en hun haat tegenover de politie. Zij die ouder zijn dan 18 willen de politie pijn doen en de jongeren nemen een voorbeeld aan hen. In zo’n cocktail krijg je al vlug een conflict, en in de massa denken velen onder hen dat ze er wel mee weg raken.”
Maar dat mag geen excuus vormen, benadrukt Benhaddou: “Niets – werkelijk niets – rechtvaardigt het vernielen van een stad die ook de jouwe is. Wie zijn eigen straat kort en klein slaat, toont vooral totale vervreemding.”
**Opvoeding onder druk**
Burgemeester Van Doesburg sprak gisteren over kinderen van 10 of 11 jaar die stenen gooien naar hulpdiensten. “Ze worden dan naar huis gebracht en hun moeder en vader zeggen dan: ‘Was die op straat?’ en halen hun schouders op.” Ze spreekt van “een totale normvervaging.”
Benhaddou erkent dat ouders vandaag minder controle hebben dan vroeger. “Ja, de straat, het scherm en de (vrienden)groep wegen zwaar. Maar verantwoordelijkheid verdwijnt niet omdat ze moeilijker is geworden.”
Mouani, zelf opgegroeid in een achterstandswijk, toont meer begrip: “Ik heb ouders zien huilen en uitschreeuwen dat ze geen vat meer op hun kinderen hebben. Als je arm bent en moeite hebt om je 6 à 7 kinderen te eten te geven, wordt het moeilijker om je zoon op te voeden.”
Kinder- en jeugdpsychiater Sofie Crommen, voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Kinderpsychiatrie, beaamt dit: “Ouders hebben meer en meer angst of hebben niet de energie om grenzen te trekken voor hun kinderen. Dat zie ik ook in onze praktijk.”
**Jongere hersenen nog in ontwikkeling**
Crommen wijst op de biologische factor: “Jongeren zijn nu eenmaal vaak impulsief. Dat komt door allerlei hormonale factoren en omdat hun brein nog niet volledig is ontwikkeld. Als er iets voorbijkomt op sociale media – bijvoorbeeld dat mensen samentroepen om keet te gaan schoppen met oudejaar – dan hebben ze sneller de reflex om daarop af te gaan, zonder te overzien wat de gevolgen kunnen zijn.”
Ook de groepsdynamiek speelt mee. Jonge jongens op straat in het gezelschap van een oudere broer is problematisch. “Jongeren van 17 zijn zelf nog kinderen”, benadrukt Crommen.
**Oplossingen zoeken**
Nu het stof is gaan liggen, wordt gezocht naar oplossingen. Opgepakte jongeren en hun ouders kijken aan tegen boetes en hoge schadevergoedingen, maar of dat helpt moet nog blijken.
“Wie denkt dat repressie alles zal oplossen, vergist zich”, waarschuwt Benhaddou. “Je kunt geen waarden afdwingen met waterkanonnen.” Mouani pleit voor strengere aanpak: “Eén van de oplossingen is jongeren thuis laten op oudejaar. Maar nog beter is dat we ze voor hun verantwoordelijkheid plaatsen door hen bijvoorbeeld gedurende 2 maanden te laten meedraaien bij politie of brandweer. Zo leren ze misschien de risico’s inschatten van wat ze nu mispeuteren op zo’n oudejaarsnacht.”
Daarnaast wijst hij op het belang van sensibilisering: “We moeten jongeren tonen hoe gevaarlijk dat vuurwerk is, ook voor henzelf. Brandweer en politie zouden ook meer in de scholen zelf moeten gaan spreken. En minstens 1 safe space voor jongeren in elke wijk kan misschien ook helpen.”
De discussie toont aan dat de nieuwjaarsrellen meer zijn dan incidenten – ze leggen dieperliggende maatschappelijke uitdagingen bloot die om structurele aanpak vragen, met aandacht voor zowel persoonlijke verantwoordelijkheid als sociale omstandigheden.