Met de start van een nieuw academiejaar hoopte UGent-rector Petra De Sutter op een nieuwe wind. Die bleek echter maar nauwelijks te waaien. De controverse rond de Amerikaanse onderzoeker Nathan Cofnas — die onderzoek doet naar een vermeend verband tussen intelligentie en ras — beheerst de sfeer aan de Universiteit Gent nog volop. Een protestactie aan de poorten van de universiteit, hete debatten in de media en een woelige proclamatie in de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte: het nieuwe academiejaar begint allesbehalve sereen. Twee gasten schoven aan bij VRT om de kwestie te duiden: Matthäus, hoofdredacteur van studentenblad Schamper, en oud-rector Luc Torfs.
De zaak-Cofnas: een open wonde aan de UGent
De aanleiding voor de aanhoudende onrust is Nathan Cofnas, een buitenlandse onderzoeker die door de UGent werd aangesteld en die zich bezighoudt met de relatie tussen intelligentie en ras. Na een reeks klachten over “zeer gevoelige uitspraken” opende de universiteit een tuchtonderzoek. Cofnas werd tijdelijk geschorst, en even leek de rust te zijn teruggekeerd. Tot de ere vice-rector van de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, professor Freddy Mortier, de kwestie opnieuw op de voorgrond bracht — en dat op een proclamatieceremonie, het moment bij uitstek waarop studenten hun diploma in ontvangst nemen. Mortier verdedigde er de academische vrijheid en stelde dat de these over genetische verschillen tussen bevolkingsgroepen wat betreft intelligentie “perfect begrijpelijk en zinvol” is, en dat het vals zijn ervan “nooit is aangetoond”. Enkele studenten en personeelsleden verlieten daarop demonstratief de zaal.
Die uitloopactie leidde tot een nieuw debat: hadden de vertrekkende aanwezigen gelijk? En wat zegt dit over de staat van het vrije debat aan onze universiteiten? Buiten het universitaire gebouw scandeerden protesterende studenten intussen leuzen als: “Ik eis dat de aanstelling van Cofnas wordt teruggedraaid.” Een van de aanwezige studenten legde uit waarom ze naar het protest was gekomen: “Woensdag, toen ik zelf aanwezig was om mijn vrienden te zien afstuderen, heeft het mij extra boos gemaakt. Het gaat niet alleen over Cofnas zelf — als hij verwijderd wordt, lost dat niet alles op — maar ook om systemisch aan te kaarten dat er racisme aanwezig is in onze instellingen.”
Matthäus (Schamper): “Het was niet het juiste moment”
Matthäus, hoofdredacteur van het UGent-studentenblad Schamper, maakte zijn televisiodebuut in het debat. Als taal- en letterkundestudent benadrukte hij dat de proclamatieceremonie niet de geschikte gelegenheid was voor dergelijke uitspraken. “Ik had waarschijnlijk zelf blijven zitten, maar ik had er achteraf iets mee gedaan — via Schamper, een open brief of iets dergelijks. Want dat was niet de plaats voor die professor om die boodschap op die manier te verkondigen.”
Toch nuanceerde hij zijn standpunt over de academische vrijheid zelf. Hij verwees naar een interview dat Schamper voerde met wetenschapsfilosoof Pieter Beck, die stelt dat academische vrijheid wel degelijk grenzen kent — grenzen die de UGent zelf vastlegt via haar deontologische code. “In die code staat dat je niet mag aanzetten tot haat, dat je niemand mag discrimineren. Vanaf het moment dat dit gebeurt, is de regel van de academische vrijheid voor mij verbroken.” Over Cofnas zelf was Matthäus kritisch: “Kofnas haalt heel veel van zijn bronnen bij pseudowetenschappers en zoekt bij zijn collega’s bevestiging voor zijn eigen ideeën. Ik stel me de vraag: waar eindigt zijn stelling en waar begint het racisme? Waar eindigt de wetenschap en waar begint de ideologie die aanzet tot segregatie?”
Oud-rector Luc Torfs: “Academische vrijheid is de hoeksteen van alles”
Aan de andere zijde van het debat nam oud-rector Luc Torfs — die zelf tijdens zijn rectoraat onderzoekers met controversiële standpunten terughaalde naar de universiteit — een duidelijke positie in. Voor Torfs is academische vrijheid absoluut en ondeelbaar. “Academische vrijheid is de hoeksteen van alles. Als daar barsten in komen, loopt het verkeerd met de universiteit. Je moet ook niet te snel zeggen: vrijheid is ook verantwoordelijkheid. Dat klopt, maar die verantwoordelijkheid moet niet door derden worden afgestraft.”
Hij bekritiseerde ook het gebruik van deontologische codes als beoordelingsinstrument. “Ik houd niet zo erg van deontologische codes. Daar bulkt het van abstracte begrippen die achteraf moeten worden geïnterpreteerd door ethici, die dan al gauw als een soort bloedraad kunnen optreden.” Torfs trok ook een persoonlijke vergelijking om zijn punt kracht bij te zetten: “Stel dat er onderzoek wordt gedaan naar de intelligentie van gelovige mensen en dat daaruit blijkt dat die iets minder intelligent zijn. Ik ga daar een beteuterd gezicht bij trekken, maar ik kan dat onderzoek absoluut accepteren — ook al zou het me kwetsen.” Over zijn eigen rectoraat vertelde hij dat hij destijds zowel een PVDA-lid dat genetisch gemanipuleerde gewassen had vernietigd, als een evangelical onderzoeker die in gebedsgenezing geloofde, terug naar de universiteit haalde. “Voor mij moet de universiteit zo breed mogelijk zijn.”
De rol van minister Demir en de vraag naar ‘lafheid’
Het debat werd verder aangewakkerd door een uitspraak van Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir, die de studenten die de zaal verlieten bestempelde als “onbeschoft, laf en dom”. Zij riep hen op te luisteren, te denken en te praten, en trok een parallel met haar eigen jeugd, waarbij ze leerde omgaan met het oncomfortabele gedachtegoed van politici zoals Philip Dewinter van Vlaams Belang. Zowel Matthäus als Torfs reageerden kritisch op die woordkeuze. “Ik val enorm over de woorden ‘laf en dom’,” zei Matthäus. “Ik denk absoluut niet dat de studenten die de zaal verlieten zo kunnen worden beschouwd. Het was een emotie die op dat moment de overhand nam.” Torfs noemde het “wat hard gezegd”, maar voegde er aan toe dat men moet opletten om emoties niet altijd te laten domineren: “Het is nog beter om te luisteren naar onwelgevallige meningen. Toen ik op de middelbare school zat, deed ik niets liever dan in debatten het standpunt te verdedigen dat niet het mijne was.”
Rector De Sutter: “Academische vrijheid staat hier niet op het spel”
Rector Petra De Sutter kon vanwege het lopende tuchtonderzoek niet inhoudelijk ingaan op de zaak-Cofnas, maar benadrukte in de reportage dat er een gevaarlijke vermenging van begrippen plaatsvindt. “De vrijheid is er, die moeten we beschermen. Wat de zaak-Cofnas betreft, is het vooronderzoek naar tucht om heel andere redenen gestart — redenen die niets te maken hebben met academische vrijheid. Het is jammer dat men de zaken blijft door elkaar gooien en de framing zet alsof de academische vrijheid op het spel staat. Dat is helemaal niet het geval.”
De Sutter gaf ook aan dat de recente casussen geen representatief beeld geven van de bredere universitaire gemeenschap: “De meerderheid van de collega’s, medewerkers en studenten luistert graag naar elkaar en debatteert. Voor mij is er één hoop: dat we de fierheid die velen in zich dragen, meer gaan tonen het komend academiejaar — op het vlak van onderwijs en onderzoek.” Ze voegde er een meer filosofische noot aan toe: “Vrijheid is niet vrijblijvend. Ze staat niet los van verantwoordelijkheid en van de rechten van anderen. En net daarom moeten we duidelijk maken hoe we er aan de UGent mee omgaan wanneer die waarden met elkaar botsen.”
Polarisatie en de roep om herstel van de dialoog
Een van de meest pregnante thema’s in het debat was de toenemende polarisatie in het universitaire en maatschappelijke debat. Torfs stelde dat dit debat tien jaar geleden op een heel andere manier zou zijn gevoerd. “Vroeger verschilde men van mening en kon men op een hoffelijke manier zeggen: ik heb een andere mening. Vandaag wordt heel gauw gezegd: die persoon is een idioot, een wappie, een crimineel. Maar daarmee haal je ook jezelf naar beneden. Door iemand anders een idioot te noemen, zeg je eigenlijk dat jouw stelling de enige normale is — en ondergraaf je de waarde van je eigen standpunt.” Hij pleitte voor een terugkeer naar wat hij noemde “het herbergzame meningsverschil”, waarbij mensen met andere meningen geen vijanden zijn maar gesprekspartners.
Ook het persoonlijk aanvallen van rector De Sutter — waarbij oude foto’s werden bovengehaald en haar persoonlijke achtergrond als transgender vrouw in het debat werd betrokken — werd door Torfs onomwonden veroordeeld: “Dat heeft absoluut niets te maken met de zeer fundamentele discussie over academische vrijheid en vrijheid van meningsuiting. Ik vind dat je elke persoon moet respecteren, wie hij of zij ook is.” Matthäus sloot het debat af met een oproep die hij ook wil meegeven in zijn eerste editoriaal van het nieuwe jaar: “Praat met uw buur. In plaats van hem af te maken op sociale media — praat met elkaar en wees niet zo polariserend.”
Een universiteit op zoek naar zichzelf
De kwestie aan de UGent is meer dan een lokale academische rel. Ze raakt aan fundamentele vragen over de grenzen van wetenschappelijk onderzoek, de verhouding tussen vrijheid en verantwoordelijkheid, en de rol van de universiteit als vrijplaats voor het vrije denken. Het motto van de UGent — Durf denken — klinkt dit academiejaar meer dan ooit als een opdracht én als een uitdaging. Rector De Sutter formuleerde het zo: “Durf denken impliceert ook durf luisteren.” Of die boodschap zal landen in een verdeeld universitair landschap, zal de komende maanden moeten blijken.