Bron: Science Daily | Methode: Herschreven
Origineel: “Scientists reveal the real benefits and hidden risks of medical cannabis”
A sweeping review of more than 2,500 studies reveals that despite booming public enthusiasm, cannabis has strong scientific support for only a few medical uses, leaving most popular claims—like relief for chronic pain, anxiety, and insomnia—on shaky ground. The findings…
Een uitgebreide analyse van meer dan 2.500 wetenschappelijke studies toont aan dat medicinale cannabis veel minder effectief is dan algemeen wordt aangenomen. Het onderzoek, geleid door UCLA Health en gepubliceerd in het prestigieuze medische tijdschrift JAMA, stelt vraagtekens bij de wijdverspreide overtuiging dat cannabis een betrouwbare medische behandeling vormt voor veel aandoeningen.
**Grote kloof tussen verwachting en wetenschappelijk bewijs**
Dr. Michael Hsu van UCLA Health, hoofdauteur van het onderzoek, benadrukt de significante discrepantie tussen wat het publiek gelooft en wat de wetenschap daadwerkelijk bewijst. “Hoewel veel mensen hun toevlucht nemen tot cannabis op zoek naar verlichting, toont onze review aanzienlijke hiaten aan tussen de publieke perceptie en het wetenschappelijke bewijs betreffende de effectiviteit voor de meeste medische aandoeningen”, aldus Hsu, die als klinisch docent werkzaam is bij de afdeling Psychiatrie en Gedragswetenschappen van UCLA Health.
Het onderzoeksteam analyseerde wetenschappelijke publicaties uit de periode januari 2010 tot september 2025, waarbij meer dan 120 studies prioriteit kregen op basis van steekproefgrootte, recentheid, relevantie en de diversiteit aan onderzochte aandoeningen. Deze grondige aanpak biedt een uniek overzicht van vijftien jaar medicinaal cannabisonderzoek.
**Bewezen voordelen blijven beperkt**
De resultaten zijn opvallend: enkel specifieke, door de Amerikaanse Food and Drug Administration goedgekeurde cannabinoïde geneesmiddelen van farmaceutische kwaliteit tonen duidelijke klinische voordelen aan. Deze medicijnen zijn echter beperkt tot zeer specifieke aandoeningen, waaronder appetitverlies gerelateerd aan HIV/AIDS, misselijkheid en braken veroorzaakt door chemotherapie, en ernstige epilepsievormen bij kinderen zoals het Dravet-syndroom en het Lennox-Gastaut-syndroom.
Voor vele andere gezondheidsproblemen waarvoor cannabis wordt gebruikt, blijft het beschikbare bewijs onzeker of ontoereikend. Dit is bijzonder relevant gezien het feit dat meer dan de helft van de gebruikers van medicinale cannabis deze inzet tegen chronische pijn. Desondanks bevelen huidige klinische richtlijnen op cannabis gebaseerde behandelingen niet aan als eerste keuze voor pijnbeheersing.
**Groeiende populariteit ondanks beperkt bewijs**
De interesse in cannabis en gerelateerde verbindingen zoals CBD is gestaag toegenomen. Een onderzoek uit 2018 toonde aan dat 27{8f6ef3fefdd3949173f51d7e15f2cf03cb58c7ea335d12bfe2cd63ab2ecce744} van de volwassenen in de Verenigde Staten en Canada deze middelen had gebruikt voor problemen zoals pijn, angst en slaapstoornissen. Deze cijfers illustreren de kloof tussen wetenschappelijk bewijs en publiek gebruik.
**Significante gezondheidsrisico’s geïdentificeerd**
Naast het gebrek aan bewijs voor effectiviteit, brengt het onderzoek ook zorgwekkende bevindingen naar voren over de veiligheid van cannabisgebruik. Langetermijnstudies bij adolescenten toonden aan dat cannabis met hoge potentie geassocieerd kan worden met verhoogde percentages van psychotische symptomen (12,4{8f6ef3fefdd3949173f51d7e15f2cf03cb58c7ea335d12bfe2cd63ab2ecce744} tegenover 7,1{8f6ef3fefdd3949173f51d7e15f2cf03cb58c7ea335d12bfe2cd63ab2ecce744} voor cannabis met lage potentie) en gegeneraliseerde angststoornis (19,1{8f6ef3fefdd3949173f51d7e15f2cf03cb58c7ea335d12bfe2cd63ab2ecce744} tegenover 11,6{8f6ef3fefdd3949173f51d7e15f2cf03cb58c7ea335d12bfe2cd63ab2ecce744}).
Bovendien voldeed ongeveer 29{8f6ef3fefdd3949173f51d7e15f2cf03cb58c7ea335d12bfe2cd63ab2ecce744} van de gebruikers van medicinale cannabis aan de criteria voor een cannabisgebruiksstoornis. Dagelijks gebruik, vooral van ingeademde of hoogpotente producten, kan bijdragen aan cardiovasculaire problemen, waaronder verhoogde risico’s op coronaire hartziekte, hartaanval en beroerte in vergelijking met niet-dagelijks gebruik.
**Richtlijnen voor zorgverleners**
Op basis van deze bevindingen beveelt het onderzoek aan dat clinici screening uitvoeren op cardiovasculaire aandoeningen en psychotische stoornissen voordat zij THC-bevattende producten overwegen. Ook dienen mogelijke geneesmiddelinteracties en de afweging tussen potentiële schade en voordelen zorgvuldig geëvalueerd te worden.
“Patiënten verdienen eerlijke gesprekken over wat de wetenschap ons wel en niet vertelt over medicinale cannabis”, benadrukt Dr. Hsu. Deze transparante communicatie tussen zorgverlener en patiënt is essentieel voor veilige, evidence-based besluitvorming.
**Beperkingen en toekomstig onderzoek**
De auteurs erkennen verschillende beperkingen van hun analyse. Het betreft geen systematische review en er werd geen formele beoordeling van vooringenomenheid uitgevoerd. Een deel van het onderzochte materiaal was observationeel van aard en mogelijk beïnvloed door verstorende factoren. Daarnaast zijn bevindingen uit klinische studies mogelijk niet toepasbaar op elke patiënt vanwege verschillen in onderzoeksopzet, deelnemerskenmerken en de geëvalueerde cannabisproducten.
Aan het onderzoek werkten ook wetenschappers mee van Harvard, UC San Francisco, Washington University School of Medicine en New York University, wat de multidisciplinaire en grondige aard van deze studie onderstreept.
**Conclusie**
Dit grootschalige onderzoek vormt een wake-up call voor zowel patiënten als zorgverleners. Terwijl de populariteit van medicinale cannabis blijft groeien, toont de wetenschap aan dat bewezen effectiviteit beperkt blijft tot enkele specifieke, door de overheid goedgekeurde toepassingen. Dr. Hsu benadrukt het belang van meer rigoureus onderzoek: “Verdere studie is cruciaal om de potentiële voordelen en risico’s van medicinale cannabis beter te begrijpen. Door meer rigoureuse studies te ondersteunen, kunnen we duidelijkere begeleiding bieden en de klinische zorg voor patiënten verbeteren.”