Wereld

Burgeroorlog in Groot-Brittannië? Professor David Betz schat kans op 80% binnen vier jaar

In een spraakmakende toespraak op het 2e jaarlijkse New Culture Forum Literary Festival (NCF LitFest) in Westminster — gehouden op 5 en 6 juni 2026, kort na de veroordeling van de moordenaar van Henry Nowak en de rellen die daarop volgden — heeft professor David Betz van King’s College London zijn stelling herhaald dat een burgeroorlog in het Verenigd Koninkrijk niet langer een theoretische mogelijkheid is, maar een statistische waarschijnlijkheid. De lezing werd vastgelegd op video en gepubliceerd door het New Culture Forum op YouTube.

De spreker: David Betz en het New Culture Forum

David Betz is hoogleraar ‘War in the Modern World’ aan het Department of War Studies van King’s College London. Hij is gespecialiseerd in opstandsbestrijding, informatieoorlogvoering en civiel-militaire betrekkingen. Zijn academische carrière begon in de nasleep van de aanslagen van 11 september 2001, en sindsdien richt zijn onderzoek zich op de vraag hoe externe conflicten resoneren binnen de grenzen van westerse samenlevingen. Zijn meest recente boek, The Guarded Age: Fortifications in the 21st Century (2024), onderzoekt de toenemende behoefte aan fysieke bescherming in een fragmenterende wereld.

Het New Culture Forum (NCF) is een Britse conservatieve denktank, opgericht in 2006, die zichzelf omschrijft als een platform voor “de diepere discussies die de reguliere media niet biedt”. Het forum organiseert regelmatig lezingen en interviews met academici, journalisten en politici. De toespraak van Betz werd ingeleid en becommentarieerd door David Oldroyd-Bolt, een van de vaste gespreksleiders van het NCF. De bijeenkomst vond plaats in een volle zaal in Westminster, in een politiek geladen klimaat: de avond volgde direct op de gewelddadige rellen in Southampton en sympathiebetogingen in Belfast, Coleraine en Lisburn naar aanleiding van de moord op de 18-jarige student Henry Nowak.

De aanleiding: de moord op Henry Nowak

De context van de toespraak is onlosmakelijk verbonden met de zaak-Nowak, die in het Verenigd Koninkrijk voor grote maatschappelijke ophef zorgde. Op 3 december 2025 werd Henry Nowak, een 18-jarige eerstejaarsstudent Accountancy en Finance aan de Universiteit van Southampton, op straat neergestoken door de 23-jarige Vickrum Singh Digwa. Na de steekpartij belden de broer van de dader en zijn familie de politie, waarbij ze Nowak valselijk als agressor beschreven en beweerden dat hij racistische opmerkingen had gemaakt. Toen de agenten van de Hampshire politie arriveerden, handboeiden zij de stervende Nowak op de grond — terwijl hij herhaaldelijk zei dat hij was neergestoken en niet kon ademen. Zijn laatste woorden waren: “Alsjeblieft, broeder, ik kan niet ademen.” Hij werd ter plaatse dood verklaard.

Op 28 mei 2026 werd Digwa schuldig bevonden aan moord. Twee dagen na de veroordeling, op 2 juni, brak er geweld uit in Southampton bij een protest. Elf politieagenten raakten gewond. In Belfast, Coleraine en Lisburn braken sympathiebetogingen uit die ook ontaardden in rellen. De zaak leidde tot een parlementair debat over “tweesporenbeleid” in de politie en beschuldigingen dat de wet niet gelijk wordt toegepast op mensen van verschillende etnische achtergronden.

Betz’ centrale stelling: de statistieken achter de voorspelling

De kern van Betz’ betoog is gebaseerd op academisch onderzoek naar de oorzaken van burgeroorlogen, gecombineerd met zijn eigen statistische redenering. In zijn artikel ‘Civil War Comes to the West, Part II: Strategic Realities’, gepubliceerd in het voorjaar van 2025 in Military Strategy Magazine, werkte hij deze berekening voor het eerst wetenschappelijk uit. Uitgangspunt is de bevinding uit de onderzoeksliteratuur dat, wanneer de voorwaarden voor een burgeroorlog aanwezig zijn in een land, de kans op daadwerkelijk uitbreken ervan circa vier procent per jaar bedraagt. Over een periode van vijf jaar loopt die kans op naar 18,5 procent per land.

Betz stelt echter dat er momenteel minstens tien Europese landen zijn waar die basisvoorwaarden aantoonbaar aanwezig zijn. Wanneer men de kans berekent dat het in ten minste één van die tien landen uitbreekt, stijgt de gecombineerde waarschijnlijkheid binnen vijf jaar tot 87 procent. Als men vervolgens rekening houdt met een redelijke kans dat een conflict in het ene land zich verspreidt naar buurlanden — wat historisch gezien gebruikelijk is — dan acht Betz een Europese burgeroorlog binnen tien jaar “onvermijdelijk”. De 80 procent die in de videotitel wordt vermeld, is de kans zoals Betz die in zijn toespraak mondeling presenteerde, rekening houdend met de actuele ontwikkelingen in het VK.

De structurele oorzaken: legitimiteitscrisis en identiteitsfragmentatie

Betz identificeert twee samenlopende krachten die de Britse samenleving in de richting van gewelddadig conflict drijven. De eerste is wat hij omschrijft als een “opstand tegen de elites”: de groeiende kloof tussen wat politicoloog David Goodhart de Somewheres (lokaal gewortelde burgers) en de Anywheres (kosmopolitische elites) noemde. De gevestigde instellingen — politiek, media, justitie, politie — worden door steeds grotere delen van de bevolking als illegitiem ervaren. Het Brexit-proces beschouwt Betz als een scharnierpunt: de poging van de politieke elite om het democratische mandaat van 2016 te torpederen heeft het vertrouwen in het systeem structureel aangetast.

De tweede factor is de erosie van sociale cohesie door identiteitsversnippering. Betz verwijst naar het werk van socioloog Robert Putnam, die aantoonde dat toenemende etnische diversiteit het sociaal kapitaal ondermijnt: het daalt in interpersoonlijk vertrouwen, vrijwilligerswerk, gevoelens van veiligheid en gemeenschapszin. Betz ziet dit niet als een moreel oordeel, maar als een meetbaar sociologisch gegeven. In zijn visie leidt de combinatie van falend legitimiteitsgevoel en afbrokkelende sociale cohesie tot een samenleving die de klassieke “voorboden van opstand” vertoont — inclusief residentiële segregatie langs etnische lijnen, tweedeling in rechtshandhaving, en een narratief bij delen van de bevolking dat zij in het eigen land verdrongen worden.

De militaire component: het leger zal ons niet beschermen

Een van de meest opvallende en controversiële claims in Betz’ toespraak is zijn analyse van de positie van het Britse leger. Volgens hem weten militaire bevelhebbers op de hoogste niveaus al geruime tijd dat interne burgeroorlog een reëel scenario is — maar de institutionele en politieke remmingen zijn zodanig dat er geen openbare contingentieplanning plaatsvindt. Betz stelt dat hij direct contact heeft gehad met hoge officieren en veiligheidsfunctionarissen die zijn analyses privé onderschrijven, maar publiekelijk zwijgen.

De kern van zijn betoog is dat het leger op dit moment structureel is ingericht op externe dreigingen — en niet op intern conflict. Erger nog: wanneer een burgeroorlog daadwerkelijk uitbreekt, zullen militaire eenheden niet automatisch ingrijpen om de burgerbevolking te beschermen. Betz verwijst naar het voorbeeld van generaal Boris Gromov, die in 1989 als meest gerespecteerde generaal van het Sovjet-leger zijn positie opgaf om commandant van de interne troepen te worden — omdat hij een burgeroorlog zag aankomen. Betz roept westerse legerleiders op tot een vergelijkbare heroriëntatie: niet afwachten op een politieke opdracht, maar nú plannen voor het beperken van schade bij intern conflict.

Belfast als voorbode: de infrastructuur van geweld

In zijn toespraak gebruikte Betz de rellen in Belfast en andere Noord-Ierse steden — uitgelokt door de zaak-Nowak — als concreet bewijs voor zijn theorie. Hij wijst op een patroon dat hij “voorloper-incidenten” noemt: lokale, ogenschijnlijk spontane uitbarstingen van geweld die symptomatisch zijn voor een dieper liggend, zich ophopend potentieel voor grootschalig conflict. Daarbij gaat het niet enkel om straatgeweld, maar ook om aanvallen op kritieke infrastructuur. Betz noemt sabotageaanslagen op glasvezelnetwerken in Parijs (2024), de vernieling van duizenden ULEZ-bewakingscamera’s in Londen door vigilantes, en de brand bij een transformator van luchthaven Heathrow als voorbeelden van dezelfde strategische logica: het aanvallen van kwetsbare stedelijke levenssystemen.

Zijn redenering is dat steden als Londen, Parijs en Brussel langzaam “verwilderen” — zij verliezen geleidelijk de kenmerken van volledig door de staat gecontroleerde gebieden. Wanneer die steden uiteindelijk “verloren” worden geacht door de autochtone bevolking in de omliggende regio’s, zal de aanval op de energie- en transportinfrastructuur die die steden voedt, beginnen. Dat scenario acht hij niet onvermijdbaar te voorkomen, maar wel te vertragen en qua schade te beperken — mits overheden en legerleiders nu in actie komen.

Reacties en academische context

De stellingen van Betz zijn omstreden, maar niet zonder weerklank in brede kringen. Zijn werk wordt geciteerd door academici van uiteenlopende disciplines. In een interview met het Zwitserse tijdschrift Le Regard Libre zei hij: “Veel mensen hebben gereageerd met de woorden dat wat ik zeg overeenkomt met gedachten die zij al langer in stilte koesteren, maar die ze niet durfden uit te spreken.” Tegelijkertijd wezen critici erop dat zijn statistische redenering circulair kan zijn: wie bepaalt welke landen “de voorwaarden voor burgeroorlog” vervullen? De Britse krant The Ideas Letter publiceerde een uitgebreide kritische analyse onder de titel ‘All Betz Are Off’, waarin zijn methodologie en de politieke context van zijn platformgeving worden bevraagd.

De NCF LitFest vond plaats op een symbolisch beladen moment: slechts dagen nadat de veroordeling van Digwa was uitgesproken en nadat beelden van het stervende Nowak publiek waren gemaakt. De bijeenkomst werd door de organisatoren zelf omschreven als “sobere kost” — een bewuste positionering tegenover wat zij zien als de weigering van de reguliere media om de maatschappelijke gevolgen van het geval-Nowak in volle omvang te benoemen. Of Betz’ voorspellingen bewaarheid worden, valt vanzelfsprekend niet te verifiëren. Wat zijn toespraak onmiskenbaar toont, is dat zijn denkkader — ooit marginaal academisch werk — inmiddels doorgedrongen is tot het centrum van het Britse publieke debat over nationale identiteit, veiligheid en de toekomst van de democratie.