Een grote meerderheid van de Vlamingen staat negatief tegenover de toekomst van ons land. Uit het jaarlijkse onderzoek ‘De Stemming’ blijkt dat maar liefst 65 procent van de Vlamingen zich pessimistisch tot zeer pessimistisch opstelt over wat komen gaat. Dit cijfer loopt in Brussel en Wallonië zelfs op tot drie op de vier bevraagden.
Radicale partijen trekken meeste pessimisten aan
Wanneer we de resultaten opdelen volgens politieke voorkeur, valt een duidelijk patroon op. Kiezers van de meer radicale partijen tonen zich het meest somber gestemd over de toekomst. Bijna negen op de tien aanhangers van PVDA en Vlaams Belang verwachten dat het verder bergafwaarts zal gaan met België. Volgens de onderzoekers zijn optimisten bij deze partijen ‘met een vergrootglas te zoeken’.
Opmerkelijk is dat kiezers van oppositiepartijen zoals Groen en Anders minder pessimistisch zijn dan aanhangers van regeringspartijen N-VA, CD&V en Vooruit. Ook het inkomen speelt een rol: mensen met lagere inkomens kijken negatiever naar de toekomst dan welgestelde burgers.
Vertrouwen in democratie onder druk
Hoewel het vertrouwen in de Belgische democratie vorig jaar nog steeg, blijft dit in 2026 stabiel met een lichte daling. Opnieuw zijn het vooral de kiezers van radicale partijen die veel kritischer staan tegenover onze democratische instellingen. Dit bevestigt wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat deze kiezersgroepen een fundamenteel andere houding hebben tegenover de politieke structuren.
Nostalgiegevoel domineert: ‘Vroeger was alles beter’
Voor het eerst bevatte het onderzoek ook vragen over nostalgie en het gevoel dat het vroeger beter was. De onderzoekers stelden vier verschillende stellingen voor die peilen naar economische, politieke, sociale en culturele achteruitgang.
In alle regio’s denkt een meerderheid dat mensen zoals zij het vroeger economisch beter hadden. Dit sluit aan bij de economische bezorgdheden die ook elders in het onderzoek naar voren kwamen. Daarnaast ervaren Vlamingen en Walen vooral een verlies aan sociale samenhang, terwijl Brusselaars zich vooral cultureel miskend voelen.
Wederom zijn het voornamelijk kiezers van Vlaams Belang en PVDA die het sterkst instemmen met deze nostalgische gevoelens. In Wallonië sluiten ook veel PS-kiezers zich hierbij aan, een opvallend verschil met de Vlaamse socialisten van Vooruit.
Radicale partijen vangen ontevredenheid op
Professor Stefaan Walgrave van de Universiteit Antwerpen, die het onderzoek mee leidde, ziet in dit nostalgiegevoel een belangrijke verklaring voor het succes van radicale partijen. In Vlaanderen wordt de maatschappelijke ontevredenheid opgevangen door zowel PVDA als Vlaams Belang, terwijl in Wallonië vooral de extreem-linkse PTB-PVDA profiteert van dit ongenoegen.
Hoewel beide partijen profiteren van dezelfde algemene ontevredenheid, verschillen hun kiezersprofielen wel. PVDA-aanhangers zijn gemiddeld hoger opgeleid maar hebben lagere inkomens, terwijl het omgekeerde geldt voor Vlaams Belang-kiezers. Ook ideologisch liggen ze ver uit elkaar: Vlaams Belang-kiezers focussen vooral op sociaal-culturele thema’s zoals migratie, terwijl PVDA-kiezers primair sociaal-economisch ontevreden zijn.