Opinie

Ik ben geen racist, wel een culturist …

In een tijd waarin woorden als “racisme” en “discriminatie” worden gebruikt als wapens in het debat, verdient het woord culturisme meer aandacht. Culturisme is geen nieuw verzinsel. Het gaat om onderscheid maken op basis van cultuur: taal, religie, normen, waarden en gewoontes. Anders dan ras, kun je cultuur veranderen en bespreken. Dit onderscheid legt bloot hoe woorden de laatste jaren worden misbruikt. Kritiek op cultuur of religie wordt meteen racisme genoemd. Dat smoort het debat.

Deze tekst komt door een interview op demens.nu van 20 maart 2026. Socioloog Pieter-Paul Verhaeghe zegt dat antidiscriminatiebeleid discriminatie niet heeft verminderd. Hij ziet racisme breed: uitsluiting van groepen op basis van ras, etniciteit of culturele vooroordelen. Hij wil beleid dat kleur en afkomst bewust erkent. Dit past in een trend: ras en cultuur door elkaar halen om een verhaal te beschermen.

Racisme gaat strikt over discriminatie op basis van onveranderlijke dingen zoals huidskleur of afkomst. Cultuur is anders: het is taal, religie, gedrag, ideeën over man en vrouw, familie, werk en hoe je past in de samenleving. Als je kritiek hebt op een cultuur omdat die botst met westerse waarden – zoals vrouwenrechten, homorechten of scheiding van kerk en staat – dan is dat geen racisme. Dat is culturisme: onderscheid op basis van dingen die je kunt aanpassen.

Het verschil tussen racisme en culturisme maken is geen gekibbel over woorden. Het is nodig voor een eerlijk debat. Door culturele problemen racisme te noemen, wordt kritiek op falende integratie of massamigratie meteen slecht gemaakt. Onderzoeken tonen dat discriminatie op werk of huisvesting gelijk blijft. Niet door racistische werkgevers, maar door culturele redenen: taal, werkhouding, misdaadcijfers of religieuze ideeën. Deze feiten mogen niet worden weggezet als “structureel racisme”.

Nog erger is het woordspel. “Racisme” wordt uitgerekt tot alles. Dat is als in Orwells boek 1984 met Newspeak: taal veranderen om verkeerde gedachten onmogelijk te maken. Wie kritiek heeft op een niet-westerse cultuur, wordt racist genoemd. Dat leidt tot uitsluiting. Dit woordmisbruik lijkt op controle zoals in dictatorships: via woorden in plaats van geweld.

Met culturisme kun je echt racisme veroordelen en toch praten over cultuur, multiculturalisme en integratie. Assimilatie werkt beter dan “inclusief” beleid. Dat eist aanpassing aan de gastcultuur.

Niet iedereen heeft dezelfde normen en waarden. Het is oké om te zeggen dat normen van iemand of een groep slechter zijn dan de jouwe, als ze vrouwenrechten schenden, geweld goedpraten of vrijheid beperken. Andersom: sommigen hebben betere normen. Zonder dit oordeel kun je niets verbeteren.

Religie is een keuze. Het is een systeem van ideeën en gewoontes dat je kunt veranderen. Kritiek op religie is dus geen racisme. Het door elkaar halen is een fout, vaak opzettelijk om debat te stoppen. Woorden worden veranderd om één verhaal te pushen. Dit is macht via taal.

De tirannie van het woord is controle via taal, zoals in 1984. Woorden als “racisme” worden groter gemaakt om kritiek te blokkeren. Wie afwijkt, krijgt een label en wordt buitengesloten. Dit is zachte dwang.

Conclusie: Woorden terugwinnen voor een betere samenleving

Culturisme is geen aanval op minderheden. Het verdedigt rede tegen woordmisbruik. Door religie en cultuur buiten racisme te houden, kunnen we praten over echte problemen: integratie, waardenbotsing en multiculturalisme. Wie dit weigert, wil stilte. Wie woorden misbruikt, blokkeert denken. Tijd om woorden hun echte betekenis terug te geven. Zo krijgen we een eerlijk debat over onze toekomst.