Europa staat voor een klimaatcrisis waar het continent totaal onvoldoende op is voorbereid. Dat is de alarmerende boodschap van de Wetenschappelijke Adviesraad voor Klimaatverandering, een onafhankelijk panel van 15 vooraanstaande klimaatexperts die de Europese Unie adviseren. Ook de Belgische klimaatwetenschapper Joeri Rogelj van Imperial College London maakt deel uit van dit prestigieuze comité.
Klimaatschade loopt op tot 45 miljard euro per jaar
De recente overstromingen in Zuid-Europa en de verwoestende bosbranden van afgelopen zomer zijn slechts een voorproefje van wat komen gaat. Europa warmt tweemaal sneller op dan de rest van de planeet, wat nu al tot jaarlijkse schadekosten van 45 miljard euro leidt. Deze cijfers zullen alleen maar stijgen naarmate de opwarming verder toeneemt.
Volgens de wetenschappers moet de EU zich voorbereiden op een scenario waarbij de temperaturen tegen 2100 met minstens 2,8 graden Celsius zijn gestegen ten opzichte van vandaag. Voor Europa betekent dit een opwarming van ongeveer 4 graden vergeleken met het pre-industriële tijdperk – een dramatische verandering die het continent fundamenteel zal transformeren.
Gebrekkige coördinatie tussen lidstaten
Het grootste probleem volgens de adviesraad is het ontbreken van een gecoördineerde Europese aanpak. Terwijl klimaatrampen zoals overstromingen en bosbranden moeiteloos landsgrenzen oversteken, blijven aanpassingsplannen vastzitten op lokaal of nationaal niveau. Dit gebrek aan samenwerking ondermijnt de effectiviteit van de respons op klimaatuitdagingen.
De wetenschappers pleiten voor dringende Europese doelstellingen, uitgebreidere studies die het hele continent omvatten en meer samenwerking bij het mobiliseren van privé-investeringen. Zonder deze aanpassingen dreigen opeenvolgende klimaatrampen “de economische en sociale fundamenten van de EU te ondergraven”, aldus het rapport.
België en de bredere Europese context
Voor België, dat regelmatig te maken krijgt met overstromingen zoals die in de Ardennen, benadrukt dit rapport de noodzaak van grensoverschrijdende samenwerking. Klimaatrampen stoppen immers niet bij nationale grenzen, en effectieve preventie en respons vereisen Europese coördinatie.
Onvoldoende ambitie bij CO2-reductie
Naast adaptatie bekritiseert de adviesraad ook de Europese ambities voor het terugdringen van broeikasgassen. Waar wetenschappers een reductie van 90 tot 95 procent tegen 2040 voorstelden, koos de Europese Commissie voor het absolute minimum van 90 procent, inclusief uitzonderingsregels die de doelstelling verder kunnen verzwakken.
“We zijn niet aangepast aan de klimaatopwarming die we vandaag reeds ondervinden, en er zit nog meer opwarming in de pijplijn”, waarschuwt Joeri Rogelj. De Belgische wetenschapper benadrukt dat het afremmen van klimaatverandering en aanpassing aan de gevolgen hand in hand moeten gaan.
De adviesraad roept op tot een politieke langetermijnvisie die “de korte politieke cycli overstijgt”, zodat continuïteit gewaarborgd blijft ongeacht regeringswisselingen. Alleen zo kan Europa zich effectief wapenen tegen de klimaatuitdagingen die voor de deur staan.