België krijgt eindelijk ademruimte in de loonkostenstrijd met zijn buurlanden. Uit voorlopige cijfers van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) blijkt dat onze loonstijgingen achterblijven bij die in Duitsland, Frankrijk en Nederland. Voor de vakbonden is dit het bewijs dat Belgische werknemers te lang genoegen hebben moeten nemen met te bescheiden loonsverhogingen.
Van handicap naar voordeel
De CRB stelt vast dat België momenteel een negatieve loonkostenhandicap heeft, wat betekent dat onze loonkosten minder snel stijgen dan die van onze economische concurrenten. “De dramatische voorstelling van de werkgevers is afgelopen”, reageert ABVV-kopstuk Bert Engelaar scherp. “Ze moeten definitief afscheid nemen van die stigmatiserende term ‘loonkostenhandicap’, want de cijfers tonen aan dat dit probleem is weggewerkt.”
Vakbonden zien kansen
Engelaar benadrukt dat het huidige loonkostenvoordeel ten opzichte van de buurlanden aantoont dat Belgische werknemers onvoldoende hebben geprofiteerd van loonsverhogingen. Ook ACV-voorzitter Ann Vermorgen sluit zich hierbij aan: “We zeggen dit al jaren – onze lonen blijven achter bij die van onze buurlanden. Het werkelijke verschil loopt op tot bijna 5 procent.” Beide vakbondsleiders pleiten voor meer onderhandelingsruimte op sectorniveau, rekening houdend met productiviteit en winstgevendheid.
Werkgevers temperen verwachtingen
Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) erkent de positieve trend, maar waarschuwt voor overhaaste conclusies. “Deze gunstige evolutie is voornamelijk te danken aan onverwacht sterke loonstijgingen in Duitsland”, verklaart de werkgeversorganisatie. VBO-vertegenwoordiger Edward Roosens wijst erop dat Belgische loonkosten per uur nog steeds 10 procent hoger liggen dan in de drie buurlanden. Hij benadrukt dat het structurele loonkostenprobleem weliswaar kleiner wordt, maar nog niet volledig is opgelost.
Politieke reacties
Ook in de politieke wereld zorgen de cijfers voor discussie. Minister van Werk David Clarinval (MR) houdt de boot af: “De historische achterstand blijft bestaan. We kunnen niet negeren dat onze loonkost nog altijd ongeveer 10 procent hoger ligt.” Vooruit ziet daarentegen kansen en dient opnieuw een voorstel in voor een koopkrachtpremie. Kamerlid Anja Vanrobaeys argumenteert: “Als bedrijven winst maken, is het logisch dat werknemers daarvan meeprofiteren.”
Middenstandsorganisatie Unizo hoopt dat de verbeterde concurrentiepositie ruimte schept voor nieuwe investeringen en aanwervingen, maar waarschuwt ervoor om de voorbije inspanningen teniet te doen.