De nieuwe Brusselse minister-president Boris Dilliès (MR) staat voor een zware klus. Na 600 dagen politieke stilstand moet zijn regering in 1.200 dagen tijd de hoofdstad weer op de rails krijgen. Veiligheid en het wegwerken van een begrotingstekort van meer dan een miljard euro staan bovenaan de agenda.
Veiligheid als topprioriteit
Dilliès, de eerste MR-minister-president in Brussel sinds meer dan twee decennia, kiest bewust voor een symbolische start. Zijn eerste officiële bezoek brengt hij aan het Brusselse Zuidstation, een plek die kampt met veiligheidsproblemen. “Een station vormt de toegangspoort tot onze stad”, verklaarde hij in een interview op RTBF.
De nieuwe regering investeert 10 miljoen euro extra in een plan om de Brusselse stations veiliger te maken. Het is een van de weinige budgetposten waar niet op bespaard wordt. De MR wil hiermee een breuk maken met wat zij beschouwt als het lakse veiligheidsbeleid van de vorige PS-regering.
Miljardengat in de begroting
De grootste uitdaging wacht echter op budgettair vlak. De Brusselse regering belooft het begrotingstekort van ruim een miljard euro binnen drie jaar volledig weg te werken. “Ik ben geen wonderdoener, maar de vastberadenheid om orde op zaken te stellen is er”, aldus Dilliès.
De besparingen moeten voornamelijk bij de overheid zelf gevonden worden. Grote fusies van overheidsdiensten moeten tientallen miljoenen opbrengen. Bij personeelskrapte zullen niet alle gepensioneerde ambtenaren vervangen worden.
Coalitie met veel onzekerheden
Het Brusselse regeerakkoord werd in slechts drie dagen tijd opgesteld, wat veel vragen onbeantwoord laat. “Er zijn nog heel veel losse eindjes”, stelt Steven Van Garsse van nieuwsmedium Bruzz. “Veel dossiers werden niet besproken, waarschijnlijk om überhaupt tot een akkoord te komen.”
De coalitie bestaat uit zeven ideologisch uiteenlopende partijen: MR, Anders, PS, Vooruit, Les Engagés, CD&V en Groen. Voor het eerst sinds 2004 maken de Franstalige liberalen weer deel uit van de Brusselse regering, en dit keer zitten zij aan het stuur.
Taalkwestie zorgt voor controverse
Dilliès kwam de eerste dagen vooral negatief in het nieuws vanwege zijn gebrekkige Nederlandse taalkennis. Bij zijn eedaflegging kon hij nauwelijks antwoorden op vragen van Nederlandstalige journalisten. Dit leidde tot felle kritiek van Vlaamse politici zoals Theo Francken (N-VA) en Bert Anciaux (Vooruit).
De minister-president erkent dat dit onaanvaardbaar is. “Ik ben de Brusselaars een degelijke taalkennis verschuldigd”, beloofde hij. Hij gaf toe het Nederlands al twintig jaar niet meer actief gebruikt te hebben en belooft er werk van te maken.
Met ervaren politici zoals Elke Van den Brandt (Groen) en Ahmed Laaouej (PS) in zijn team, zal Dilliès vooral moeten bewijzen dat hij de diverse coalitie bijeenkan houden terwijl hij de hoofdstad door moeilijke tijden loodst.