België

Meer dan 7% van De Lijn-bussen vertrekt te vroeg: ‘Chauffeurs behandelen dienstregeling als advies’

De stiptheidsproblemen bij De Lijn blijven aanhouden. Uit recente cijfers blijkt dat vorig jaar 7,29 procent van alle bussen en trams te vroeg vertrok, een stijging ten opzichte van de 6,73 procent in 2024. Deze cijfers werden opgevraagd door Vlaams Parlementslid Els Robeyns van Vooruit.

Stiptheid varieert sterk per regio

Hoewel het algemene stiptheidspercentage licht verbeterde van 72,78 naar 73,66 procent, blijven er grote regionale verschillen bestaan. Reizigers in Oostende hebben het beste van het spel: daar reed bijna 88,4 procent van de voertuigen punctueel. Slechts 7,77 procent kwam te laat aan en 3,85 procent vertrok te vroeg.

De situatie in de Vlaamse Rand daarentegen is beduidend minder gunstig. Hier haalde slechts 64,13 procent de geplande tijden, terwijl 23,47 procent te laat reed en maar liefst 12,40 procent te vroeg vertrok.

Definitie van stiptheid onder de loep

De Lijn hanteert specifieke criteria voor punctualiteit: een voertuig geldt als ‘te vroeg’ wanneer het meer dan twee minuten voor schema vertrekt, en als ‘te laat’ bij een vertraging van meer dan vijf minuten.

Peter Meukens van reizigersorganisatie TreinTramBus benadrukt het probleem: “Echte stiptheid betekent vooral niet te vroeg vertrekken. Wanneer passagiers hun bus missen omdat die voortijdig is weggereden, ontstaan er veel langere vertragingen.”

Oorzaken van voortijdig vertrek

Jens Van Herp, woordvoerder van De Lijn, legt uit dat het verkeer onvoorspelbaar is: “Onze bestuurders moeten vooruitdenken op mogelijke verkeersopstoppingen, waardoor ze soms eerder dan gepland aankomen.”

Volgens Meukens ontbreekt het sommige chauffeurs aan discipline: “Een deel van hen beschouwt de dienstregeling te veel als een suggestie in plaats van een verplichting. Ze zouden moeten wachten aan haltes of langzamer rijden om op schema te blijven.”

Van Herp erkent dat De Lijn bestuurders vraagt om de tijdschema’s na te leven: “We instrueren hen om indien nodig langer te blijven staan aan haltes, hoewel dit een lastige balanceeractie is, vooral met volle bussen.”

Infrastructurele uitdagingen

De problemen reiken verder dan alleen De Lijn zelf. Het bedrijf is afhankelijk van wegbeheerders voor vlotte doorstroming. Meukens erkent deze complexiteit: “Zonder goede verkeersdoorstroming wordt het bijna onmogelijk om betrouwbare dienstregelingen op te stellen.”

Parlementslid Robeyns kondigde verbeteringen aan: “We hebben afgesproken om de doorstroming te optimaliseren door meer busbanen aan te leggen, eigen tracés voor bus en tram te creëren en intelligente verkeerslichten te installeren.”

Van Herp bevestigt dat De Lijn al jarenlang pleit voor betere infrastructuur: “Dit vraagstuk overstijgt onze directe bevoegdheden, maar we blijven aandringen op verbeteringen.” Hij adviseert reizigers om de De Lijn-app te gebruiken voor real-time informatie over aan- en vertrektijden.