België

Rekenhof slaat alarm: Belgische overheidsfinanciën dreigen onhoudbaar te worden

Het Belgische Rekenhof trekt aan de alarmbel over de financiële toekomst van ons land. In een nieuw rapport over de begroting 2026 waarschuwt de instelling dat de huidige budgettaire koers onvoldoende is om de overheidsfinanciën op langere termijn gezond te houden.

Europese normen gehaald, maar problemen blijven

Hoewel de regering-De Wever erin lijkt te slagen om te voldoen aan de Europese uitgavennormen, is dit volgens het Rekenhof niet genoeg. De instelling benadrukt dat het naleven van deze Europese regels ‘niet zal volstaan om de leefbaarheid van de overheidsfinanciën op middellange termijn te waarborgen’.

Het probleem zit hem in het feit dat de Europese uitgavennorm niet automatisch leidt tot een begrotingstekort onder de cruciale drempel van 3 procent van het bruto binnenlands product. Premier Bart De Wever streeft er wel naar om die doelstelling tegen 2030 te bereiken, maar de weg ernaartoe blijft hobbelig.

Stijgende intrestlasten zorgen voor extra druk

Een belangrijke struikelsteen vormen de stijgende intrestlasten op de staatsschuld. Voor 2026 raamt het Rekenhof deze kosten op maar liefst 12,2 miljard euro, wat neerkomt op 1,84 procent van het bbp. Tegen het einde van deze regeerperiode zouden die intrestlasten al oplopen tot 17,8 miljard euro – een forse stijging die zwaar weegt op de begroting.

Bovendien houdt de Europese uitgavennorm geen rekening met verslechterende economische vooruitzichten en mogen lidstaten meer uitgeven aan defensie dan oorspronkelijk gepland. Deze factoren maken het budgettaire plaatje nog complexer.

Sanering van miljarden euro’s noodzakelijk

Premier De Wever erkende eerder al dat er tegen het einde van de legislatuur nog eens 3 tot 4 miljard euro moet worden gesaneerd om de Europese uitgavennorm te halen. In november slaagde regeringspartij Arizona er al in om een saneringsoperatie van 8,1 miljard euro per jaar door te voeren.

Volgens de huidige prognoses zou het begrotingstekort aan het einde van deze regeerperiode uitkomen op 31,2 miljard euro, wat gelijk staat aan 4,3 procent van het bbp. Ook de staatsschuld zou fors stijgen: van 85,6 procent van het bbp in 2026 naar 90,3 procent in 2029.

De premier gaf al aan dat het terugbrengen van het tekort onder de 3 procent-norm een opdracht wordt voor de volgende regering na 2029.