Het Progressieve Paradox
Er is iets heerlijk ironisch aan het feit dat diegenen die zich het luidst opwerpen als strijders tegen racisme, vaak de meest toegewijde beoefenaars zijn van wat ze beweren te bestrijden. Neem nu die recent opgekomen term in activistische kringen: witte mannen. Een uitdrukking die pas de laatste jaren gemeengoed is geworden in onze journalistieke en politieke discourse, maar waarvan de bizar racistische ondertoon niemand lijkt op te vallen. Het is opmerkelijk dat we in 2024 opnieuw mensen zijn gaan categoriseren op basis van hun huidskleur.
“witte mannen is racistisch”
Deze simpele constatering zou eigenlijk voldoende moeten zijn om elke redactievergadering van de meer progressieve media tot stilte te brengen. Maar dat gebeurt niet, omdat we blijkbaar hebben besloten dat racisme oké is, zolang het maar in dienst staat van de juiste ideologie.
De Taxonomie Van De Vooroordelen
Stel je voor dat een journalist zou schrijven over “zwarte vrouwen” of “Marokkaanse jongeren” op dezelfde manier als er sinds kort over “witte mannen” wordt geschreven. De verontwaardiging zou oorverdovend zijn – en terecht. Maar om de een of andere reden heeft de progressieve intelligentsia recent besloten dat huidskleur wél relevant is wanneer die kleur wit is.
Het is een fascinerend staaltje mentale gymnastiek. We hebben jarenlang – terecht – gevochten tegen het idee dat iemands huidskleur zijn karakter, capaciteiten of intenties zou bepalen. En nu zijn we binnen enkele jaren tijd terug bij af, alleen gebruiken we de kleurcodering nu als een soort progressieve GPS: wit betekent problematisch, alle andere kleuren betekenen structureel benadeeld.
De Journalistieke Dubbelstandaard
De meest fanatieke gebruikers van deze nieuwe terminologie zijn, ironisch genoeg, journalisten die zich profileren als antiracisme-experts. Ze schrijven verhalen over “de witte man” alsof het om een homogene groep gaat die collectief verantwoordelijk is voor alle maatschappelijke kwalen. Een Oost-Vlaamse fabrieksarbeider wordt plots in dezelfde categorie geplaatst als een Brussels bankdirecteur, puur omdat ze toevallig dezelfde hoeveelheid melanine hebben.
Deze journalisten zouden woest worden als iemand zou generaliseren over “Afrikaanse cultuur” of “Aziatische mentaliteit”, maar hebben sinds kort geen enkel probleem met het homogeniseren van miljoenen mensen op basis van hun blanke huidskleur. Het is selectief antiracisme – een soort ideologische kleurenblindheid die alleen blind is voor haar eigen vooroordelen.
Het Sterkste Tegenargument
Natuurlijk zullen de verdedigers van deze nieuwe terminologie beweren dat context alles is. “Witte mannen” zouden geen slachtoffers zijn van systematische discriminatie, dus zou het onmogelijk zijn om racistisch te zijn tegen hen. Deze redenering berust op de veronderstelling dat racisme alleen kan bestaan binnen machtsstructuren.
Dat is intellectueel gezien een interessant argument, maar het houdt geen steek in de praktijk. Racisme is fundamenteel het beoordelen van mensen op basis van hun ras – punt. Of je nu systematisch macht hebt of niet, doet er niet toe voor de definitie van het concept zelf. Anders zou een zwarte persoon die vooroordelen heeft tegen blanken per definitie geen racist kunnen zijn, wat even absurd is als beweren dat vrouwen geen seksisten kunnen zijn.
De Absurditeit Van Kleurcategorieën
Bovendien is de hele notie van “witheid” als sociale categorie – een concept dat pas recentelijk mainstream is geworden – even arbitrair als elke andere raciale classificatie. Wie bepaalt eigenlijk waar wit ophoudt en niet-wit begint? Zijn Zuid-Europeanen wit? Midden-Oosters? Spanjaarden? De antwoorden variëren naargelang het uitkomt voor het narratief.
Het is een taxonomie die even wetenschappelijk onderbouwd is als de frenologie – en even moreel verdedigbaar als de Neurenbergwetten. We hebben in korte tijd besloten dat sommige vooroordelen maatschappelijk acceptabel zijn omdat ze passen binnen onze nieuwe ideologische frameworks.
Terug Naar Het Verstand
Het tragische is dat deze recente taalverwarring het echte antiracistische werk ondermijnt. Elke keer dat een journalist schrijft over “witte mannen” alsof het om een mysterieuze stam gaat, verliest de strijd tegen werkelijk racisme een beetje van zijn morele autoriteit. Hoe kunnen we anderen vragen om kleurenblind te zijn als wijzelf pas sinds kort obsessief bezig zijn met nieuwe kleurcategorieën?
De oplossing is even simpel als ze moeilijk lijkt voor onze huidige journalistieke elite: behandel mensen als individuen, niet als vertegenwoordigers van hun huidskleur. Het is een concept dat we vroeger antiracisme noemden – misschien wordt het tijd om er weer eens mee te experimenteren, voordat deze nieuwe racistische terminologie nog verder wortel schiet.