Op 1 februari 2021 greep het leger in Myanmar de macht via een staatsgreep, waarbij de democratisch gekozen regering werd afgezet. De gevolgen waren dramatisch: massaprotesten, arrestaties van critici en militaire bombardementen die burgers, scholen, ziekenhuizen en religieuze gebouwen troffen.
Volgens de Britse regering hebben vandaag bijna 20 miljoen Birmezen humanitaire hulp nodig. De situatie dwong meer dan 400.000 ambtenaren, waaronder ongeveer 60.000 zorgverleners, om hun ontslag in te dienen als protest tegen het militaire regime via de Civil Disobedience Movement (CDM).
Een van hen was May T. N. Noe, die haar positie opgaf en uiteindelijk het land wist te ontvluchten om haar wetenschappelijke carrière voort te zetten met een doctoraat in het buitenland. Haar verhaal illustreert de moeilijke keuzes waarmee veel Birmese intellectuelen en professionals geconfronteerd werden sinds de machtsgreep.
Voor België, dat een lange traditie heeft van het opvangen van vluchtelingen en het aanbieden van onderwijskansen aan internationale studenten, tonen dergelijke verhalen het belang van academische uitwisselingsprogramma’s en steun aan wetenschappers in nood.
De situatie in Myanmar blijft precair, met aanhoudende onderdrukking van de bevolking en beperking van fundamentele vrijheden, waardoor veel getalenteerde professionals gedwongen worden hun land te verlaten.